Waarom is investeren beter dan geld op een spaarrekening laten staan?

Veel Nederlanders reageren op de economische dip van 2020 door meer geld te sparen, of het spaargeld dat ze hebben vooral te laten staan waar het staat. Maar dat is om 3 redenen niet verstandig voor uw portemonnee. Uitgeven of investeren is beter.

1-    Geld moet rollen

Juist door nu geld uit te geven, stimuleren we als consumenten de economie en ondersteunen ondernemers / bedrijven om deze moeilijke tijd door te komen.

De Overheid helpt voor een deel, met alle steunpakketten. Wij als consumenten moeten de rest doen door te blijven kopen, of het nu een auto, verbouwing, nieuwe wasmachine of de nieuwe bank is. Of natuurlijk een investering waarmee u een bedrijf helpt én uzelf.

2-    De inflatie maakt uw spaargeld steeds minder waard

De inflatie ligt rond de 1,7% in juli 2020. Dit betekent dat alles wat u koopt (consumentengoederen en diensten) 1,7 % duurder is dan vorig jaar juli.  Dezelfde tas boodschappen die vorig jaar 100 euro kostte, kost u dit jaar € 101,70 aan de kassa.

U kunt dus minder kopen voor hetzelfde (spaar)geld. Tel daarbij op dat u momenteel overal (aanzienlijk) minder dan 1,7% spaarrente ontvangt. Dus uw spaargeld wordt elk jaar minder waard.

De inflatie voorspelling voor 2021 is 1,4% (bron: CPB). Dat betekent dat € 10.000 euro, na een jaar nog maar € 9.860 euro waard is, qua wat u ervoor kunt kopen. Spaarrente is minimaal, ongeveer 0,05%. Dus hiermee compenseert u niet afdoende voor de inflatie. Na een jaar is uw € 10.000 euro nog slechts € 9.909,30 waard.

(€ 10.000 +  0,005% = € 10.005  . € 10.005 – 1,4% = € 9.865,-)

Bij investeren ligt het rendement hoger dan 1,4%, dus hier liggen kansen om uw spaargeld tóch te laten groeien. Zoals de berekeningen verderop in dit artikel aantonen.

3-    Heffingsvrij vermogen box 3 gaat omhoog

De Belastingdienst heeft aangekondigd dat het heffingsvrij vermogen (box 3 belasting) hoger wordt. U hoeft dus minder belasting te betalen over investeringen/vermogen.

Het heffingsvrij vermogen in box 3 wordt in 2021 verhoogd naar € 50.000 per persoon. Als u een fiscaal partner heeft, is het heffingsvrij vermogen € 100.000 gezamenlijk. Tot dit bedrag aan eigen vermogen betaalt u geen vermogensbelasting.

Dankzij deze verhoging, hoeven zo’n 1 miljoen spaarders en kleine beleggers in 2021 geen box 3 belasting meer te betalen (bron: Rijksoverheid.nl).

Lees ook: Hoe werkt vermogensbelasting?

Hoe investeren meer oplevert dan sparen

Dat leggen we het gemakkelijkst uit met een rekenvoorbeeld.

Op het moment dat u investeert, geeft u de waarde van uw investering op in box 3. U, als investeerder leent in dit geval een bedrag uit aan een ondernemer. De ondernemer betaalt maandelijkse rente én het investeringsbedrag na een bepaalde periode terug.

Rekenvoorbeeld investeren vs sparen:

U investeert € 10.000 en de te ontvangen rente is 5% met een duur van 5 jaar.

U ontvangt jaarlijks 5% rente; dit is per jaar € 500.
De inflatie wordt voorspeld op 1,4% voor 2021.

We rekenen door hoe uw vermogen groeit gebaseerd op rente, inflatie & afdracht van vermogensbelasting.

Stel dat u minder dan € 50.000 vermogen heeft  (of < € 100.000 gezamenlijk)

Dan valt de investering van € 10.000 binnen uw heffingsvrij vermogen van € 50.000,-. Dan is er geen vermogensbelasting verschuldigd en is uw winst in dit voorbeeld ook écht € 500,- per jaar. Deze waarde wordt  nog wel verminderd met de vermogensbelasting en de verwachte inflatie van 2021.

Ook met sparen bent u in dit voorbeeld geen vermogensbelasting schuldig, maar spaargeld levert momenteel slechts 0,05% rente op – of zelfs negatieve rente!

Stel dat u € 80.000 vermogen heeft…

Dan draagt u vermogensbelasting af volgens het laagste tarief, over uw vermogen hoger dan € 50.000 euro. Laten we zeggen dat uw investering van € 10.000 euro in zijn geheel onder deze vermogensbelasting valt.

Stel dat u € 250.000 vermogen heeft …

Dan heeft u momenteel goede kans dat u zelfs rente moet betálen over uw spaargeld, maar in dit voorbeeld rekenen we nog even alsof u 0,5% van de bank krijgt.

De Belastingdienst berekent over uw inleg van € 10.000 een fictief rendement van 4,5% (2021). Hierover betaalt u 31% (2021) belasting. Dit is een percentage van 1,4% vermogensbelasting. Er blijft dus als het ware € 353,- van uw € 500,- rente over als jaarwinst op uw investering.
En daarover gaat nog de inflatiecorrectie van 1,4%.

Stel dat u niet geïnvesteerd had…

Die rekensom ziet u steeds aan de linkerzijde van de berekeningen. U zou wel spaarrente ontvangen, maar elk jaar verliest u waarde aan belasting én aan inflatie.

Dit is financieel de urgentie om meer rendement te maken met uw spaargeld dan op een spaarrekening mogelijk is.

Andere manieren om uw vermogen (belastingtechnisch) te verlagen

Mogelijk vindt u het niet wenselijk om een beleggingsrisico te lopen in ruil voor een onzeker rendement. Daarom wordt door adviseurs gezocht naar fiscale oplossingen voor dit probleem.

  • U kunt vermogensbelasting ontwijken door vermogen te investeren in uw eigen huis óf (een deel van) de hypotheek af te lossen.
  • Daarnaast kunt u er voor kiezen uw vermogen in een lijfrenteproduct te storten. Dit bedrag is echter wel gemaximeerd.
  • Daarnaast kunt u uw vermogen schenken aan uw kinderen. Er zijn maxima aan de bedragen die belastingvrij kunnen worden geschonken.

Meer weten? Maak een afspraak met onze adviseurs voor advies op maat

Ondernemen in crisistijd – met hulp van een derde steunpakket

In het afgelopen half jaar is de economie flink geraakt door de coronacrisis. Met name zelfstandig ondernemers, ZZP’ers en MKB’ers zagen omzet verdampen door de intelligente lockdown en de nasleep ervan. Maar hoe kun je blijven ondernemen nu de crisis aanhoudt en een tweede golf aan de horizon verschijnt?

Derde steunpakket

De regering heeft een derde steunpakket bekendgemaakt. Tussen de regels valt vooral te lezen dat er meer wordt verwacht van de ondernemer zelf. Is het bedrijf dan nog wel levensvatbaar, nu de maatregelen voor langere termijn blijven gelden?  Is een andere invulling mogelijk? Kunnen medewerkers worden omgeschoold?

De steunmaatregelen zijn er nog steeds, maar met bijvoorbeeld de Tozo alleen redden de meeste ondernemers het niet. Gelukkig blijken veel ondernemers heel creatief en worden businessplannen aangepast aan de huidige situatie waar we met zijn allen in zitten.

Op welke steunmaatregelen kunt u nog steeds rekenen de komende tijd? We zetten ze voor u op een rij.

Extra voorwaarde bij Tozo 3 – gaat dit door of niet?

In het tweede steunpakket werd er al een partnertoets toegevoegd aan de criteria voor de Tozo 2. De Tozo 3 is gepresenteerd met nog een extra voorwaarde: de vermogenstoets. ZZP’ers die meer dan 46.500 euro eigen geld hebben in de vorm van spaargeld of aandelen, hebben geen recht op de Tozo in het derde steunpakket. Tenminste, zo stond het tot voor kort op papier.

Nu de ontwikkelingen rondom het coronavirus verslechteren, kijkt het kabinet of het criterium van de extra vermogenstoets toch kan worden geschrapt. Het lijkt erg kort dag zo vlak voor de ingang van de Tozo 3 (1 oktober 2020), maar toch gaat er worden gekeken of dit nog kan worden aangepast.

Of het nu doorgaat of niet, er was al wel bepaald dat vermogen in stenen (eigen huis of bedrijfspand), pensioen of materiele zaken zoals apparaten en machines worden niet meegenomen in het bepalen van het vermogen.

Verlenging en afbouw NOW regeling

De loonsubsidie regeling (NOW) is een veel gebruikte regeling van de afgelopen maanden. De regeling is (nog) onmisbaar nu de coronacrisis aanhoudt en wordt met 9 maanden verlengd, in delen van 3 maanden.

De loonsubsidie is nu en in de eerste 3 maanden van de verlengde regeling nog steeds 90 procent. Daarna wordt dit elke 3 maanden afgebouwd naar uiteindelijk 70 procent in de laatste 3 maanden. Nieuw: ook 10% van de loonsubsidie wordt gebruikt om werknemers te helpen bij een omscholing.

Om recht te hebben op de NOW regeling moet u kunnen aantonen dat de omzet met minimaal 20% gedaald is. Vanaf het tweede tijdvak van 3 maanden moet de omzetdaling minimaal 30% zijn.

Bedrijven mogen nog steeds geen bonussen en dividend uitkeren als zij gebruikmaken van de overheidssteun.

Hogere tegemoetkoming vaste lasten (TVL)

Waar de meeste steunmaatregelen een versobering laten zien in het derde steunpakket, wordt de TVL voor bedrijven juist verhoogd. Ondernemers kregen in het tweede steunpakket dat in oktober afloopt maximaal 50.000 euro als tegemoetkoming voor de vaste lasten. Dit bleek vooral voor de grotere MKB-bedrijven niet genoeg. In het derde steunpakket wordt dit bedrag verhoogd naar 90.000 euro per 3 maanden. Met dit bedrag worden de vaste lasten voor de helft vergoed.

Tot het eind van dit jaar blijven de voorwaarden voor deze tegemoetkoming voor de vaste lasten niet. Om gebruik te maken van deze regeling moet er een omzetverlies zijn van minimaal 30%. Vanaf januari 2021 moet het omzetverlies minimaal 40% zijn, vanaf april t/m juni 2021 is dit 45%.

Omscholing

Een belangrijk stokpaardje in het derde steunpakket gaat over begeleiding naar nieuw of ander werk. Er is een aanvullend sociaal pakket ontwikkeld om ondersteuning te bieden aan mensen die moeite hebben bij het vinden van nieuw werk en waarbij ze langdurig werkloos zouden kunnen raken.

Gemeenten, uitvoeringsinstanties zoals het UWV en andere betrokken organisaties krijgen extra geld om deze mensen zo goed mogelijk te helpen bij het begeleiden naar ander werk en omscholing.

Overheidsgarantie op kredieten verlengd

De verschillende kredietleningen waarvoor de overheid (deels) garant staat, worden verlengd. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Borgstelling MKB tot 1 april 2021.

De Garantie Ondernemingsfinanciering (GO-C) en de regeling Klein Krediet Corona (KKC) lopen tot dit jaar. Ook de regeling met Qredits, dat microkredieten aan startende ondernemers en kleine bedrijven verstrekt, loopt door in het derde pakket.

Uitstel maar geen afstel belastingen

In de eerste twee pakketten kunnen ondernemers het betalen van belastingen uitstellen. Het kabinet werkt voor de periode erna aan een “ruimhartige aflossingsregeling”. Er komt een betalingsregeling van 24 maanden vanaf 1 januari 2021.

De rente op belastingschulden die de Belastingdienst in rekening brengt, blijft tot en met december vrijwel 0 procent, net zoals in de eerdere steunpakketten. De belastingrente, die ook bijna 0 was, wordt wel weer verhoogd naar het oorspronkelijke niveau van 4 procent.

Populairste tips van 2019

Onze marketingafdeling heeft de cijfers erbij gepakt: dit zijn de populairste artikelen over uw financiële gezondheid van 2019.

Klik op een artikel om het nog eens te lezen!

Auto artikelen zijn het meest populair:

Gevolgd door onderwerpen over schade:

En advies over conflicten:

En natuurlijk hypotheek- en fiscaalnieuws!

Meer nieuws in 2020

We hopen u volgend jaar weer te voorzien van veel financieel nieuws en tips over schadepreventie, hypotheken, wet- en regelgeving en de effecten daarvan op uw financieel huishouden.

Wilt u graag persoonlijk advies? Aarzel dan niet om contact op te nemen.

 

To do list voor eind 2019 – verlaag uw belastbaar vermogen

Verwacht u op 1 januari 2020 (waardepeildatum van de Belastingdienst) boven het heffingsvrije vermogen uit te komen (€ 30.846 voor alleenstaanden en € 61.692 voor fiscale partners)? Maak dan gebruik van de volgende tips voor het verlagen van uw vermogen (per 1 januari 2020). Met het verlagen van uw vermogen, betaalt u minder vermogensbelasting.

  • Afstorten lijfrente ten behoeve van uw pensioentekort (zodat u bij de aangifte 2019 de aftrek terugkrijgt).
  • Schenkingen aan kinderen (jaarlijkse fiscale vrijstelling: € 5428 voor kinderen / € 2173 voor kleinkinderen).
  • Boetevrij aflossen op uw hypotheek (en dan in januari weer?)
  • En natuurlijk: de zorgverzekering vergelijken & oversluiten.

Klik hier voor algemene tips over doelsparen en buffersparen.

Beperk de belasting over vermogen

Verwacht u op 1 januari 2020 (waardepeildatum van de Belastingdienst) boven het heffingsvrije vermogen uit te komen (€ 30.846 voor alleenstaanden en € 61.692 voor fiscale partners)? Maak dan gebruik van de volgende tips voor het verlagen van uw vermogen (per 1 januari 2020). Met het verlagen van uw vermogen, betaalt u minder vermogensbelasting.

Afstorten lijfrente ten behoeve van pensioen

De pensioenregeling van uw werkgever is waarschijnlijk onvoldoende om van een onbezorgd pensioen te genieten. Door kostenbesparing door werkgevers en een terugtrekkende overheid, bent u meer en meer afhankelijk van uw eigen voorzieningen. Het opbouwen van lijfrentekapitaal (privé pensioen) is hierbij van belang. De premies die u inlegt zijn fiscaal aftrekbaar. Op de site van de belastingdienst kunt u narekenen of u dit jaar nog jaarruimte heeft óf reserveringsruimte.

Indien u nog mogelijkheid heeft om lijfrentepremies af te storten, adviseren wij u dit te doen vóór 1 januari 2020. U ontvangt dan een deel van de premies terug met de aangifte Inkomsten Belasting 2019. Bent u (ex) ondernemer ? Dan kunt u de oudedagsreserve of stakingswinst onder bepaalde voorwaarden ook fiscaal aftrekken. Onze adviseurs staan voor u klaar.

Vrijgestelde schenkingen

U mag uw kind dit jaar € 5.428 schenken. U mag uw kleinkind € 2.173 schenken. Dit laatste bedrag geldt ook voor andere personen. Voor deze schenkingen is belastingaangifte niet nodig. Zorg wel dat het bedrag vóór het eind van het jaar van 2019 op een rekening van de ontvanger staat. De andere hogere schenkingen (zoals € 26.040 aan kinderen en € 102.010 voor de eigen woning) zijn eenmalige schenkingen (en geen jaarlijkse). Deze moeten wél worden opgenomen in de aangifte inkomstenbelasting.

Boetevrij hypotheek aflossen

Heeft u een hypothecaire geldlening én overtollig spaargeld (NIBUD BufferBerekenaar)? In de voorwaarden van de hypotheekverstrekker staat hoeveel u per kalenderjaar boetevrij kunt aflossen. In veel gevallen is dit 10% van de oorspronkelijke geldlening. U kunt dus in december 10% aflossen en in januari weer 10%.

Let op! Informeer bij uw geldverstrekker voor welke datum de aflossing op de rekening van de bank moet staan om nog te worden verwerkt in 2019.

 

doelsparen

Doelsparen

Mensen die hun wensen, doelen en dromen formuleren hebben een grotere kans om deze ook werkelijk te realiseren, blijkt uit onderzoek. Uw persoonlijke financiën gaan in de eerste plaats dan ook niet over geldzaken, maar over u als mens. Het start met het ontdekken van uw persoonlijke wensen, doelen en dromen. Doelsparen helpt u vervolgens verder om uw levensdoelen om te zetten in werkelijkheid.

In 5 stappen naar doelsparen

Doelsparen blijkt de beste manier om uw geld op uw wensen af te stemmen. Doelsparen is eigenlijk niets meer en niets minder dan het afstemmen van u financiën op uw persoonlijke wensenlijst. Hoe doet u dat? Vijf stappen zijn hierbij cruciaal.

  1. De eerste is het beantwoorden van de vraag: wat wil ik eigenlijk allemaal? De antwoorden noteert u op uw persoonlijke wensenlijst.
  2. Uw wensen in volgorde van belangrijkheid zetten is stap twee. Welke wens staat bij u bovenaan en welke onderaan het lijstje? Stel uzelf steeds de vraag wat u echt belangrijk vindt.
  3. De derde stap is de factor tijd. Wanneer wilt u de door u opgeschreven levensdoelen realiseren? Bijvoorbeeld eerder stoppen met werken in het jaar 2035, studie kinderen in 2025, aflossen hypotheek in 2035, kopen van een andere auto in 2017 en tot slot een wereldreis maken in 2020. Of nog specifieker op 1 juli 2020. Zet de datum naast uw doel, het gaat erom zo realistisch en concreet mogelijk te zijn.
  4. De vierde stap is inzicht krijgen in uw huidige financiële positie. Hoeveel geld heeft u minimaal nodig om van te leven en hoeveel geld komt er (maandelijks) binnen. Met andere woorden hoeveel geld kunt u vrijmaken om aan de slag te gaan met uw wensenlijst? Dit hoeft allemaal niet op de cent nauwkeurig, een indicatiebedrag is voorlopig voldoende.
  5. De laatste stap dwingt u om na te denken over de risico’s die u bereid bent te nemen om uw levensdoelen te verwezenlijken. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met de keuze tussen sparen en beleggen.

Geld is een middel, geen doel op zich

Wat vindt u nu werkelijk belangrijk in het leven en wat in de toekomst? Het zoeken naar de juiste balans in het leven is de ultieme uitdaging voor velen. Geld speelt hierbij vanzelfsprekend een rol. Alleen vergeten we vaak dat geld een middel is en geen doel. Een middel om de dingen te kunnen doen die u echt belangrijk vindt. Bijvoorbeeld een dag minder werken in de week, om zodoende meer tijd met uw gezin te kunnen doorbrengen. Misschien is ontslag nemen en een eigen bedrijf beginnen uw grootste wens, maar heeft u het idee dat dit financieel niet haalbaar is. Veel mensen dromen ervan om ooit een wereldreis te maken, anderen willen graag een tweede huis kopen. Kortom welke levensdoelen heeft u voor nu en in de toekomst. Inspiratie nodig?

Top 10 levensdoelen

  1. Wereldreis maken / reizen
  2. Financiële onafhankelijkheid
  3. (vakantie)huis kopen
  4. Meer tijd voor gezin, familie en vrienden
  5. Emigreren
  6. Minder werken / andere baan
  7. Eerder stoppen met werken
  8. Schuldenvrij door het leven gaan
  9. Eigen bedrijf starten
  10. Geld schenken aan goede doelen

(bron: CBS)

Wat, wanneer, hoe, waarom en tegen welke prijs?

De volgende stap is om ze in de juiste volgorde te zetten, te beginnen met de voor u belangrijkste. Wat wilt u echt realiseren en wat is bij nader inzien minder urgent? Durf te kiezen!

Met behulp van kader 3 stelt u zelf uw eigen top 3 op. De STAR-methode kan u daarbij helpen. STAR staat voor:

S = specifiek   (Wat wilt u bereiken? Wees specifiek)

T = tijdspad   (Wanneer wilt u het realiseren en hoeveel geld denkt u ongeveer nodig te hebben?)

A = actie    (Hoe wilt u het gaan realiseren?)

R = Relevantie en risico  (Waarom wilt u het bereiken en waarom. Welk risico wilt u hiervoor lopen?)

Grote kans dat u de minste moeite heeft met het invullen van de S (specifiek) en de T (tijdspad). Lastiger kan het zijn om aan te geven hoeveel geld u hiervoor nodig hebt. En hoe u uw doel kunt realiseren. Laat u hierdoor niet ontmoedigen. Maak een zo goed mogelijke inschatting. Later kunt u het nog aanpassen, het gaat er om dat u met de beschikbare informatie zo snel mogelijk aan de slag gaat. Hieronder ziet u een voorbeeld van hoe uw wensenlijst er mogelijk uit kan komen te zien.

Voorbeeld ingevulde wensenlijst

Wensenlijst Start Realisatie Benodigde Benodigd Benodigd bedrag Risicoprofiel Prioriteit
datum datum inleg per maand aanvangsvermogen op realisatiedatum risicobereidheid (1-5)
1 Eerder stoppen met werken 2013 2035 €               229,11 €                 31.834,45 € 150.000,00 offensief 1
2 kinderen laten studeren 2013 2025 €                 85,31 €                   8.586,84 € 20.000,00 offensief 2
3 aflossen hypotheek 2013 2035 €               412,23 €                 68.369,97 € 200.000,00 sparen hypotheek 3
4 andere auto 2013 2017 €               293,68 €                 13.589,26 € 15.000,00 sparen 4
5 wereldreis 2013 2020 €               161,58 €                 12.618,98 € 15.000,00 sparen 5
€         1.181,91 €            134.999,50 €       400.000,00

Rond uw wenslijst af en start met doelsparen

Gefeliciteerd! Door na te denken over uw eigen wensen, doelen en dromen heeft u de eerste stap gezet in het realiseren ervan. Neem dus uw lijst mee naar uw financieel adviseur en ga samen aan de slag om de voor u belangrijkste doelen nu en in de toekomst te bereiken!

 

Uw vakantiegeld sparen

Volgens onderzoek van het NIBUD hebben 2,5 miljoen mensen te weinig spaargeld achter de hand en lopen daardoor risico op financiële problemen (persbericht 23 april 2017). Uw vakantiegeld gebruiken als (aanvulling op) uw spaargeld is dus een goed plan!

Weet u waarvoor u spaart?

Weet u het niet? Dat is zonde, want met een duidelijk doel voor ogen, lukt sparen beter. Hierover leest u meer in onze tips over doelsparen.

Schulden aflossen levert meer op dan sparen

Helaas zijn de spaarrentes momenteel wel laag, dus als u het geld langere tijd kunt missen is het misschien de moeite waard om het een tijdje vast te zetten op een rekening, met een gunstigere rente. Maar een spaarrekening is altijd beter dan het op uw betaalrekening laten staan – de kans dat u het dan terloops uitgeeft is namelijk veel hoger.

Heeft u openstaande schulden waar u rente over betaalt? Of staat u rood? Dan is het aflossen van deze schulden wél gunstiger dan sparen. De rente die u over een schuld betaalt, is bijna altijd hoger dan de spaarrente die u ontvangt.

Nieuw systeem belastingheffing op vermogen (box 3)

‘Hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing’. Dat is de strekking van de nieuwe manier van de Belastingdienst om met vermogensbelasting in box 3 om te gaan. Wij hebben voor u doorgelicht voor wie dit gunstig uitvalt en voor wie niet. En wat u eraan kunt doen als het voor u ongunstig is.

Onze algemene conclusies:

  • Spaarders met een gezamenlijk vrij vermogen tot 50.000 euro gaan erop vooruit.
  • Mensen met veel spaargeld, die om welke reden dan ook niet willen beleggen, worden in het nieuwe systeem van vermogensbelasting fiscaal gestraft.
  • Het break-evenpoint tussen de oude (van voor 1 januari 2017) en de nieuwe heffing ligt bij een gezamenlijk box 3-vermogen van ongeveer 300.000 euro.

Lees verder voor een uitgebreide uitleg, voorbeelden en oplossingen.

Wat valt onder uw box 3 vermogen?

Uw vermogen waarvan het inkomen niet onder box 1 of box 2 wordt belast, valt onder box 3 in het Belastingstelsel. Denk bijvoorbeeld aan spaarrekeningen, beleggingsrekeningen en een tweede huis. Vermogensbelasting betaalt u ook in 2018 over vermogen in box 3.

Het oude forfaitair belasting systeem (en wat is dat)

Hoeveel belasting u over dit vermogen betaalt, werd bepaald aan de hand van de volgende berekening. De Belastingdienst rekende met een fictief percentage van 4% rendement dat u zou kunnen behalen op dit vermogen. Ze gingen er dus vanuit dat uw box 3 vermogen elk jaar met 4% groeide. Over die groei rekenden zij 30% belasting.

Even rekenen: 30% van 4% is gelijk aan 1,2%. Dit was de belastingheffing op uw totale box 3 vermogen. Oftewel: u droeg 1,2% van dit vermogen jaarlijks af aan belasting. Hierop gold wel een vrijstelling van 24.437 euro (2016) per persoon per jaar. Tot aan dat bedrag betaalde u geen belasting. Als u een fiscaal partner had, was dat bedrag verdubbeld (48.874 euro). Alleen uw vermogen boven dat bedrag, werd belast.

Wat klopte er niet aan dit systeem?

Aangezien de vermogensgroei in werkelijkheid al jaren onder de 4% ligt, was er veel weerstand tegen dit systeem.  Met andere woorden: het rendement over uw vermogen moest minimaal 1,2% zijn, anders maakt u zelfs verlies. In het Belastingplan 2017 is het daarom gewijzigd.

Het nieuwe forfaitair systeem

Het fictief rendement wordt voortaan gebaseerd op ‘de landelijk gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen’.

  • Al het spaargeld in Nederland in box 3 wordt opgeteld en het gemiddelde rendement op dat spaargeld over het afgelopen jaar wordt uitgerekend.
  • Ook al het beleggingsgeld in Nederland in box 3 wordt opgeteld en het gemiddeld rendement ervan uitgerekend.
  • Daarna kijkt de Belasting naar hoe dit box 3 vermogen (gemiddeld) verdeeld is. Bijvoorbeeld heeft men 70% spaargeld en 30% beleggingen, of andersom.
  • De Belastingdienst belast uw vermogen voor 30%, maal het forfaitair rendement van die schijf.
    Op deze manier rekent de Belastingdienst het forfaitair rendement voortaan elk belastingjaar opnieuw uit. Fiscaal partners hebben ieder 30.000 euro vrijgesteld vermogen. Dat deel wordt niet belast.
  • Het forfait rendement is voor 2018 iets gedaald. De vermogensbelasting in 2018 is dus minder dan in 2017.

Het nieuwe systeem in simpele termen:

In het Belastingplan 2017 staat in feite: hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing.

Blijft uw vermogen in box 3 onder een bepaald bedrag, dan betaalt u niets. Daarboven betaalt u over 30% van uw vermogen belasting tegen het rentetarief van de onderste schijf. Alles wat daar nog bovenuit komt, wordt zwaarder belast in de tweede schijf of zelfs derde schijf.

De belastingtarieven in 2018:

Schijf Vermogen box 3 (in Euro’s) Forfaitaire rendement 2017 Forfaitaire rendement 2018 Vermogensbelasting 2018 (30%)
1 30.000 – 100.800 2,87% 2,02% 0,61%
2 100.800 – 978.000 4,60% 4,33% 1,30%
3 Boven 978.000 5,39% 5,38% 1,61%
  • Schijf 1: 67% sparen en 33% beleggen
  • Schijf 2: 21% sparen en 79% beleggen
  • Schijf 3: 0% sparen en 100% beleggen

Fiscaal partnerschap en vermogensbelasting 2018 berekenen

Heeft u een fiscaal partner, dan leest u de tabel alsof u ieder de helft van uw totale vermogen in bezit heeft. Bij een gezamenlijk vermogen van 200.000 euro, heeft u ieder 100.000 euro vermogen. En u heeft ieder recht op 30.000 euro vrijstelling. U blijft dan dus beiden in de eerste belastingschijf met de resterende 70.000 euro per persoon. Elk deel wordt belast onder de eerste schijf van 2,02% forfaitair rendement.  Dat maal 2 is het bedrag waarover u belasting betaalt: 2.828 euro. Uw vermogensbelasting wordt daar 30% van, dus 848,40 euro (voor u beiden) in dit voorbeeld. (U komt dus niet tot in de tweede schijf, omdat u ieder de helft ‘bezit’). U mag uw gezamenlijke vermogen verdelen op de manier dat het voor u beiden het voordeligst is.

Wie profiteert hiervan?

Vanaf 2017 is uw belastingtarief in box 3 dus afhankelijk van de hoogte van het vermogen. Mensen met een vermogen tot 100.000 euro gaan er op vooruit. Bij hogere vermogens loopt het fictief rendement op tot wel 5,38% (2018) – aanzienlijk meer dan de 4% van vóór 1 januari 2017.

Spaarders met een gezamenlijk vrij vermogen tot 100.000 euro gaan er op vooruit.

Stel, een echtpaar heeft samen 100.000 euro aan vermogen, in de oude situatie betaalden zij dan 613 euro aan box 3-heffing, in de nieuwe situatie wordt dit 242,40 euro.

Mensen met veel spaargeld die om welke reden dan ook niet willen beleggen, worden in het nieuwe systeem van vermogensbelasting fiscaal gestraft.

Denk daarbij aan gepensioneerden die voor hun oude dag een aardig vermogen hebben opgebouwd, maar die geen beleggingsrisico’s willen lopen. Voor hen wordt het ‘gat’ tussen fictief en behaald rendement alleen maar groter. Stel, een echtpaar heeft 2 miljoen euro aan vermogen, in de oude situatie werden zij dan aangeslagen voor 23.413 euro aan box 3-heffing (€ 2 miljoen minus vrijstelling € 48.874, x 1,2%). Dit geeft een belastingdruk van 1,17%. In de nieuwe situatie loopt dit op naar 25.680 euro, ofwel 1,28% procent belastingdruk (=belasting/vermogen).

De laatste vermogensbelasting 2018 berekening in een overzicht. U verdeelt het vermogen 50/50 over u beiden. In dit overzicht is de berekening gemaakt voor één persoon en een vrijstelling van € 30.000.

Schijven box 3 Totaal bedrag Fictief rendement Belasting 30% Vermogensbelasting
1 € 70.000 2,02% 0,60% € 420
2 € 900.000 4,33% 1,30% € 11.700
3
Totaal € 977.000 € 12.120

Voor u beiden betaalt u € 24.240 (2 X € 12.120).

Het break-evenpoint tussen de oude (voor 1 januari 2016) en de nieuwe heffing ligt bij een gezamenlijk box 3-vermogen van ongeveer 300.000 euro.

Valt uw vermogen boven dat bedrag, dan zal u meer gaan betalen. Valt uw vermogen onder de 300.000 euro, dan gaat u er fiscaal op vooruit. Als u er in de buurt zit, zult u weinig verschil merken.

Vermogensbelasting ontwijken?

Mogelijk vindt u het niet wenselijk om een zeker beleggingsrisico te lopen in ruil voor een onzeker rendement. Daarom wordt door adviseurs gezocht naar fiscale oplossingen voor dit probleem.

U kunt vermogensbelasting ontwijken door vermogen te investeren in uw eigen huis óf (een deel van) de hypotheek  af te lossen. Daarnaast kunt u er voor kiezen uw vermogen in een lijfrenteproduct te storten. Dit bedrag is echter wel gemaximeerd.

Meer weten? Neem dan contact met ons op.

Nibud adviseert: check, plan en spaar

Wilt u de kans op financiële problemen minimaliseren of juist meer grip krijgen op uw financiële gezondheid? De oplossing is soms niet zo ingewikkeld. Uit onderzoek van het Nibud is gebleken dat als u spaargeld heeft, planmatig met uw geld omgaat en daarnaast een geordende administratie bijhoudt, u minder kans heeft op financiële problemen. Dat wilt u toch ook? Om u op weg te helpen zijn er drie vuistregels ontwikkeld waarmee u op weg wordt geholpen.

  1. Check wekelijks uw saldo en uitgavenNibud-Payoff-Logo-CMYK
  2. Plan jaarlijks uw inkomsten en uitgaven
  3. Spaar maandelijks 10 procent van uw inkomen

Check

Wekelijks uw saldo controleren geeft u inzicht. Veel banken bieden verschillende mogelijkheden om meer grip te krijgen. Op basis van uw uitgavenpatroon bieden banken bijvoorbeeld zicht op de uitgaven die u zeker gaat maken, die u waarschijnlijk gaat maken en die in de toekomst liggen. Zo kunt u rekening houden met een grote uitgave die u te wachten staat. Als u wekelijks uw bankrekening controleert, ziet u ook wanneer er bedragen niet kloppen. Klopt er een bedrag niet? Storneer dit en kom in actie door contact op te nemen met uw bank.

Kijk op de website van uw bank naar de mogelijkheden om meer zicht te krijgen op uw bankrekening, of kijk naar de app op uw smartphone die uw bank aanbiedt.

Plan

Door het maken van een jaarbegroting heeft u een overzicht van uw verwachte inkomsten en uitgaven in een jaar. U kunt zien wanneer er dure maanden op komst zijn en wanneer de goedkopere maanden zijn. Zo kunt u in de goedkopere maanden sparen voor de duurdere maanden zoals de sint- en kerstmaand december, de maand van uw APK keuring waarin uw auto mogelijk een grote onderhoudsbeurt moet ondergaan, of de maand waarin u betaalt voor uw vakantie.

Een jaarbegroting geeft u grip, door inzicht te geven of uw inkomsten in balans zijn met uw uitgaven voor het aankomende jaar. Wilt u weten hoe u het beste een jaarbegroting kunt opmaken? Het Nibud neemt u stap voor stap mee bij het opmaken van een jaarbegroting.

Spaar

Heeft u alles overzichtelijk en geordend? Dan heeft u wellicht ruimte om te sparen. De richtlijn (vastgesteld door het Nibud) is 10% van uw (netto)inkomen opzij te zetten voor onverwachte uitgaven. Bent u nog niet zo ver? Begin dan met een lager bedrag en vul het aan met uw vakantiegeld, eindejaarsuitkering of een andere financiële meevaller. Na een jaar kunt u bekijken hoe het sparen u is vergaan. Misschien komt u er wel achter dat u meer kunt sparen.

Check, plan en spaar!

Wilt u meer weten of wilt u graag gebruik maken van hulpmiddelen om grip te krijgen op uw financiële gezondheid? Het Nibud geeft u een paar handige tools.

5 stappen om uw geld op uw wensen af te stemmen

Mensen die hun wensen, doelen en dromen formuleren hebben een grotere kans om deze ook werkelijk te realiseren, blijkt uit onderzoek. Uw persoonlijke financiën gaan in de eerste plaats dan ook niet over geldzaken, maar over u als mens. Het start met het ontdekken van uw persoonlijke wensen, doelen en dromen. Doelsparen helpt u vervolgens verder om uw levensdoelen om te zetten in werkelijkheid.

5 stappen om uw geld op uw wensen af te stemmen

Doelsparen is eigenlijk niets meer en niets minder dan het afstemmen van u financiën op uw persoonlijke wensenlijst. Hoe doet u dat? Vijf stappen zijn hierbij cruciaal.

De eerste is het beantwoorden van de vraag: wat wil ik eigenlijk allemaal? De antwoorden noteert u op uw persoonlijke wensenlijst (zie Uw persoonlijke wensenlijst).

Uw wensen in volgorde van belangrijkheid zetten is stap twee. Welke wens staat bij u bovenaan en welke onderaan het lijstje? Stel uzelf steeds de vraag wat u echt belangrijk vindt.

De derde stap is de factor tijd. Wanneer wilt u de door u opgeschreven levensdoelen realiseren? Bijvoorbeeld eerder stoppen met werken in het jaar 2035, studie kinderen in 2025, aflossen hypotheek in 2035, kopen van een andere auto in 2017 en tot slot een wereldreis maken in 2020. Of nog specifieker op 1 juli 2020. Zet de datum naast uw doel, het gaat erom zo realistisch en concreet mogelijk te zijn.

De vierde stap is inzicht krijgen in uw huidige financiële positie. Hoeveel geld heeft u minimaal nodig om van te leven en hoeveel geld komt er (maandelijks) binnen. Met andere woorden hoeveel geld kunt u vrijmaken om aan de slag te gaan met uw wensenlijst? Dit hoeft allemaal niet op de cent nauwkeurig, een indicatiebedrag is voorlopig voldoende.

De laatste stap dwingt u om na te denken over de risico’s die u bereid bent te nemen om uw levensdoelen te verwezenlijken. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met de keuze tussen sparen en beleggen.

Geld is een middel, geen doel op zich

Wat vindt u nu werkelijk belangrijk in het leven en wat in de toekomst? Het zoeken naar de juiste balans in het leven is de ultieme uitdaging voor velen. Geld speelt hierbij vanzelfsprekend een rol. Alleen vergeten we vaak dat geld een middel is en geen doel. Een middel om de dingen te kunnen doen die u echt belangrijk vindt. Bijvoorbeeld een dag minder werken in de week, om zodoende meer tijd met uw gezin te kunnen doorbrengen. Misschien is ontslag nemen en een eigen bedrijf beginnen uw grootste wens, maar heeft u het idee dat dit financieel niet haalbaar is. Veel mensen dromen ervan om ooit een wereldreis te maken, anderen willen graag een tweede huis kopen. Kortom welke levensdoelen heeft u voor nu en in de toekomst. Inspiratie nodig?

Top 10 levensdoelen

  1. Wereldreis maken / reizen
  2. Financiële onafhankelijkheid
  3. (vakantie)huis kopen
  4. Meer tijd voor gezin, familie en vrienden
  5. Emigreren
  6. Minder werken / andere baan
  7. Eerder stoppen met werken
  8. Schuldenvrij door het leven gaan
  9. Eigen bedrijf starten
  10. Geld schenken aan goede doelen

(bron: CBS)

Wat, wanneer, hoe, waarom en tegen welke prijs?

De volgende stap is om ze in de juiste volgorde te zetten, te beginnen met de voor u belangrijkste. Wat wilt u echt realiseren en wat is bij nader inzien minder urgent? Durf te kiezen!

Met behulp van kader 3 stelt u zelf uw eigen top 3 op. De STAR-methode kan u daarbij helpen. STAR staat voor:

S = specifiek   (Wat wilt u bereiken? Wees specifiek)

T = tijdspad   (Wanneer wilt u het realiseren en hoeveel geld denkt u ongeveer nodig te hebben?)

A = actie    (Hoe wilt u het gaan realiseren?)

R = Relevantie en risico  (Waarom wilt u het bereiken en waarom. Welk risico wilt u hiervoor lopen?)

Grote kans dat u de minste moeite heeft met het invullen van de S (specifiek) en de T (tijdspad). Lastiger kan het zijn om aan te geven hoeveel geld u hiervoor nodig hebt. En hoe u uw doel kunt realiseren. Laat u hierdoor niet ontmoedigen. Maak een zo goed mogelijke inschatting. Later kunt u het nog aanpassen, het gaat er om dat u met de beschikbare informatie zo snel mogelijk aan de slag gaat. Hieronder ziet u een voorbeeld van hoe uw wensenlijst er mogelijk uit kan komen te zien.

Voorbeeld ingevulde wensenlijst

Wensenlijst Start Reali-
satie
Benodigde Benodigd Benodigd bedrag Risicoprofiel Priori-
teit
datum datum inleg per maand aanvangs-
vermogen
op realisatiedatum risico-
bereidheid
(1-5)
1 Eerder stoppen met werken 2013 2035 €               229,11 €                 31.834,45 € 150.000,00 offensief 1
2 kinderen laten studeren 2013 2025 €                 85,31 €                   8.586,84 € 20.000,00 offensief 2
3 aflossen hypotheek 2013 2035 €               412,23 €                 68.369,97 € 200.000,00 sparen hypotheek 3
4 andere auto 2013 2017 €               293,68 €                 13.589,26 € 15.000,00 sparen 4
5 wereldreis 2013 2020 €               161,58 €                 12.618,98 € 15.000,00 sparen 5
€         1.181,91 €            134.999,50 €       400.000,00

Rond uw wensenlijst af

Gefeliciteerd! Door na te denken over uw eigen wensen, doelen en dromen heeft u de eerste stap gezet in het realiseren ervan. Neem dus uw lijst mee naar uw financieel adviseur en ga samen aan de slag om de voor u belangrijkste doelen nu en in de toekomst te bereiken!