Einde looptijd aflossingsvrije hypotheek, en dan? Verlengen of nieuwe hypotheek?

shutterstock_536362963In 2031 hebben veel mensen met een aflossingsvrije hypotheek een probleem. Huizenbezitters met een hypotheek van vóór 2001 hebben dan geen hypotheekrenteaftrek meer. Daarnaast kan het zijn dat de einde looptijd van de aflossingsvrije hypotheek een bijkomend probleem geeft als de hypotheekschuld moet worden geherfinancierd. Dankzij campagnes en ook onze herhaalde aandacht voor dit onderwerp weet u dit als het goed is inmiddels wel. Maar doet u er ook wat aan? U kunt niet uw kop in het zand steken en hopen dat het zichzelf oplost!

Wat gebeurt er als u in 2031 onvoldoende inkomen heeft, óf al met pensioen bent? U loopt dan het risico uw woning te moeten verkopen om de hypotheekschuld af te lossen.

Wat als u in de komende jaren gaat scheiden? Dan verhoogt de last voor de achterblijvende partner, als dat tenminste te dragen valt qua lasten.

Om dit te voorkomen moet u tijdig in actie komen!

Aflossingsvrije hypotheek verlengen, kan dat nog?

Als u de hypotheek in 2031 wilt verlengen of oversluiten, kunt u tegen de volgende problemen aanlopen:

  • Uw inkomen is onvoldoende, bijvoorbeeld omdat u met pensioen bent. Let op! Uw pensioeninkomen wordt al meegeteld 10 jaar voordat u daadwerkelijk met pensioen gaat.
  • Als u vanaf 2031 geen hypotheekrenteaftrek meer heeft, wordt de hypotheek zwaarder getoetst. U ontvangt immers geen aftrek meer. Op basis van uw inkomen kunt u minder lenen. Ook hier geldt: 10 jaar vóór het aflopen van de renteaftrek (dus in 2020) wordt er nog geen rekening gehouden met het einde van de renteaftrek in 2031.
  • De eventueel gekoppelde beleggingsverzekering levert minder op dan verwacht. Bij het afsluiten van deze polis zijn te hoge rendementen voorgespiegeld. De opgebouwde waarde is onvoldoende om de hypotheekschuld af te lossen.

Voor meer informatie over het wel of niet verlengen van uw aflossingsvrije hypotheek kunt u contact met ons opnemen.

Actie is nú vereist als de hypotheek afloopt

Om te voorkomen dat u in 2031 uw woning moet verkopen, omdat de aflossingsvrije hypotheek afloopt, is het belangrijk om nú in actie te komen. De hypotheek oversluiten kan u een boete opleveren in verband met het openbreken van de rentevast periode (deze is overigens fiscaal aftrekbaar), maar voorkomt dus problemen aan het einde van de looptijd van de aflossingsvrije hypotheek. De nieuwe hypotheek kan voor een looptijd van 30 jaar worden afgesloten en op basis van een annuïtair aflosschema. De hypotheekrente is niet weer 30 jaar fiscaal aftrekbaar, maar korter. U heeft immers al een aantal jaar de rente fiscaal afgetrokken.

U profiteert mee van de lage hypotheekrente

De nieuwe hypotheek wordt voor een periode van 30 jaar (maximale looptijd hypotheek) afgesloten. Én u maakt gebruik van de huidige lage hypotheekrente.

Wij adviseren voor de nieuwe hypotheek een aflosvorm te kiezen: annuïtair of lineair. Hierdoor voorkomt u de problemen die bij een aflossingsvrije hypotheek spelen. Door te kiezen voor een aflosvorm gaat u steeds minder rente betalen (de schuld wordt minder), dit is verstandig met het oog op het regeringsbeleid om de hypotheekrenteaftrek verder te beperken. Door minder rente te betalen, bent u minder afhankelijk van de hypotheekrenteaftrek. De verwachting is dat de hypotheekrenteaftrek de komende jaren verder zal verminderen.

Waarom een onafhankelijk adviseur?

Wij als adviseurs hebben het inzicht en overzicht om vanuit úw perspectief te adviseren over het aflopen van de aflossingsvrije hypotheek. De reclamecampagne van de banken (Aflossingsblij) geeft een goede aanzet, maar dezelfde banken zijn (veelal) niet de juiste personen om u te adviseren: ze zijn niet onafhankelijk en adviseren over het algemeen alleen hun eigen producten.

Klik hieronder op ‘Maak een (bel) afspraak’ en vraag direct een adviesgesprek aan met uw adviseur.

Financiële gevolgen bij overlijden

Per jaar overlijden in ons land circa 150.214 mensen (2017, CBS). Het overlijden van een partner kan naast groot verdriet ook grote financiële gevolgen hebben voor de achterblijvende partner en kinderen. Het is daarom van belang dat u nu al inschat hoe de achterblijvende partner zonder al te veel financiële zorgen verder kan leven. Kent u de gevolgen van overlijden van uw partner voor uw eigen financiële situatie?

Neem de touwtjes tijdig in handen

De overheid trekt zich langzaam, en niet altijd zichtbaar, terug uit ons privéleven. Wij zijn meer en meer afhankelijk van ons eigen (nabestaanden)voorzieningen. U moet zelf actie ondernemen om de voorzieningen goed te regelen. De voorzieningen voor uw nabestaanden zijn hier een onderdeel van. Vertrouw minder op de overheid en neem zelf de touwtjes in handen!

Inkomensbronnen na overlijden

Mogelijk zijn er voldoende financiële middelen (spaargeld) om het financieel gemis bij overlijden van de partner op te vangen, maar mogelijk ook niet. In ieder geval kan het zo zijn dat een deel van de hypotheeklasten wegvallen vanwege een overlijdensrisicoverzekering die uitkeert en de hypotheek (deels) aflost.  Daardoor gaan de maandlasten wel omlaag, maar is dat voldoende? Ook is het in sommige gevallen zo dat er een nabestaandenverzekering is afgesloten. Het is belangrijk om dit goed uit te zoeken.

Na overlijden van de partner kan het inkomen bestaan uit:

  • inkomsten van de achterblijvende partner;
  • weduwe- en wezenpensioen (nabestaandenpensioen);
  • uitkeringen als gevolg van de Algemene Nabestaandenwet (ANW);
  • vrijvallend lijfrentekapitaal (om te zetten in lijfrente-uitkeringen)

Een inventarisatie van de middelen en regelingen geeft een idee van de financiële situatie in geval een van de partners wegvalt.

Hypotheek bij overlijden

Regelmatig krijgen wij de vraag wat er met een hypotheek gebeurt bij overlijden. Na overlijden loopt de hypotheek gewoon door. De erfgenamen van de overledene erven de hoofdschuld met de daarbij behorende rente. In veel gevallen is er een overlijdensrisicoverzekering aan de hypotheek gekoppeld. Deze verzekering zorgt er dan voor dat de hypotheek gedeeltelijk of in zijn geheel wordt afgelost.

Nabestaandenpensioen (weduwe- en wezenpensioen)

Is er een pensioenregeling, dan heeft de partner (mits aangemeld bij het pensioenfonds) recht op het nabestaandenpensioen. Dit is een levenslange uitkering voor de achterblijvende partner als de werknemer voor de ingang van het gewone pensioen overlijdt. Deze uitkering bedraagt 70 procent van het bij volledige diensttijd op te bouwen pensioen.

Zijn er kinderen onder de 18 jaar dan geldt een toeslag op het nabestaandenpensioen van 20 procent per kind. Dit wordt ook wel het ‘wezenpensioen’ genoemd. Kinderen die naar school gaan of studeren hebben tot hun 21e of 27e recht op een wezenpensioen. Elk van de kinderen heeft recht op 14 procent van het ouderdomspensioen dat u zou krijgen als u tot pensioendatum zou hebben gewerkt. Dit is de hoofdregel. Uitzonderingen op de regel zijn echter goed mogelijk. Controleer daarom op het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) dat u elk jaar krijgt toegestuurd hoeveel wezenpensioen er voor uw kinderen is geregeld.

Algemene NabestaandenWet (ANW)

Door middel van de Algemene nabestaandenwet (ANW) voorziet de overheid in een nabestaandenvoorziening. Deze voorziening is onderdeel van de volksverzekeringen en worden betaald door degenen die werken. De regeling voorziet in een uitkering aan achterblijvende partners en kinderen.

Nabestaanden hebben alleen recht op een uitkering als zij:

  • de AOW leeftijd nog niet bereikt hebben, en
  • één of meer kinderen onder de 18 jaar verzorgen,
    of
  • zelf voor 45 procent of meer arbeidsongeschikt zijn.

Zolang het jongste kind nog geen 18 is, heeft de achterblijvende partner recht op een inkomensafhankelijke uitkering op grond van de ANW.

De regeling is in de afgelopen jaren sterk versoberd voor de achterblijvende ouder. Om deze versobering op te vangen kunt u overwegen een ANW-hiaatverzekering af te sluiten. Deze verzekering biedt een uitkering tot de achterblijvende partner de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en AOW krijgt. De uitkering gaat in op het moment dat de ANW-uitkering vervalt, als het jongste kind 18 jaar wordt.

Financiële gevolgen overlijden partner

Hoe uw financiële huishouding eruit ziet als uw partner komt te overlijden is voor iedereen anders. Het is beter om dit al goed in beeld te hebben voordat u in de situatie terecht komt. En weten u en uw partner evenveel als het gaat om uw financiële zaken? Wilt u weten wat precies de financiële gevolgen van overlijden van u of uw partner zijn voor uw specifieke situatie? Wij helpen u graag om dit in kaart te brengen en waar nodig de financiële risico’s af te dekken.

Prinsjesdag 2018: Wijzigingen in uw portemonnee in 2019

Wat zijn de gevolgen van de voorgenomen wijzigingen per 1 januari 2019 op úw portemonnee? We leggen uit wat er verandert en hoe een gezin dit terugziet op zijn loonstrook en bij de dagelijkse boodschappen. Althans, als alles uitpakt zoals het Kabinet de plannen heeft aangekondigd en ook werkelijk doorvoert. Uiteraard is het altijd afwachten wat er na de onderhandelingen in de Tweede Kamer overeind blijft en waar compromissen worden gesloten.

*Dit artikel is gebaseerd op basis van de vooraf bekende informatie uit de Miljoenennota. De inhoud wordt indien nodig in de loop van de week bijgewerkt op basis van van de werkelijke stukken.*

Uiteraard zijn de genoemde cijfers een indicatie van wat u in 2019 financieel te wachten staat. Loonsverhoging en inflatie spelen ook een rol, maar zijn nu niet meegenomen. En als u in 2019 een veel duurdere auto koopt, gezinsuitbreiding krijgt, of een nieuw huis koopt, verandert uw gehele balans sowieso. Overleg met uw adviseur als u een persoonlijke doorrekening wenst.

Zie ook: Belastingplannen 2019 voor ZZP’ers

Van 4 naar 2 belastingschijven in box 1

Inkomstenbelasting wordt geheven over uw inkomen uit werk en woning, verminderd met uw aftrekposten. Deze worden belast in Belastingbox 1.  Er zijn nu 4 belastingschijven (tarieven), en deze worden in 2019 ingeruild voor 1 basistarief, en een hoger tarief. Dus twee nieuwe belastingschijven.

Toptarief daalt

Sinds de jaren ’70 is het toptarief voor de inkomstenbelasting langzaam gedaald. Ook volgend jaar is het weer lager:

JaarToptarief
198072 %
201851,95 %
201949,50 %

 

Dit toptarief geldt voor inkomsten boven de € 68.507 bruto per jaar.

Basistarief ook lager

Daarnaast heeft de regering, aangevoerd door de VVD, het belastingtarief voor de inkomsten onder de € 68.507 verlaagd tot 36,93% in 2019 (2018: 40,85%).
Tot zover alleen goed nieuws.

Alleen voor de laagste inkomens (onder € 20.142) is er een kleine stijging: die gaan van 36,55% (2018) naar 36,93% in 2019.

Twee keer extra korting voor werkenden

De algemene heffingskorting wordt stapsgewijs verhoogd met € 350,-  extra korting in 2021. De arbeidskorting wordt ook verhoogd met € 350,- extra korting in 2021. Over deze kortingen betaalt u geen belasting (0%). De eerste korting geeft een belastingvoordeel voor alle inkomens en de tweede korting voor degenen die werken.

Hypotheekrente beperkt aftrekbaar

De mogelijkheid om de hypotheekrente fiscaal af te trekken wordt verder beperkt. Heel lang was er een taboe op het H-woord, nu wordt met rasse schreden de renteaftrek afgebouwd. Dit jaar kunt u de rente nog aftrekken met een percentage van 49,5% én 40,85%. Maar in 2024 is dat nog maar 36,93%. Vanaf 2020 wordt het maximale aftrekpercentage in 4 jaar verder verlaagd. Het percentage van 36,93% is gelijk aan het percentage van de laagste belastingschijf. Hierdoor wordt de renteaftrek voor iedereen gelijk ongeacht het inkomen. Het eigenwoningforfait wordt vanaf 2020 in stappen verlaagd van 0,75% naar 0,60% in 2023. Dit compenseert gedeeltelijk de daling van het percentage hypotheekrenteaftrek (bij een gelijkblijvende WOZ).

Minder vermogensbelasting dankzij lage spaarrentes

Per 1 januari 2019 wordt het rendement van sparen anders berekend. Dit zal voor de eerste jaren leiden tot een lagere box 3-heffing (belasting over vermogen), met name voor de lagere vermogensklassen.

Een meer uitgebreide uitleg hiervan:

De belasting over uw vermogen wordt berekend op basis van hoeveel uw vermogen is gegroeid door sparen en/of beleggen (uw ontvangen rente). De belastingheffing over dat rendement is 30%. Hoeveel rendement u heeft behaald, wordt door de overheid jaarlijks berekend als een algemeen gemiddelde, het ‘fictief rendement’. Per 1 januari 2019 wordt het rendement van sparen berekend over het laatste jaar. Dit was voorheen de laatste 5 jaar. Aangezien het rendement op sparen al jaren daalt, is het gunstiger voor de belastingbetaler om het rendement van het laatste jaar aan te houden als berekeningsgrondslag.

Wilt u meer weten over de box 3 vermogensbelasting? Lees dan dit artikel

BTW omhoog naar 9%: zuinigheid loont in 2019

Het 6% tarief van de BTW wordt verhoogd naar 9%. Er zijn een aantal diensten die duurder worden, zoals schoenen en fietsen repareren, kappers, sauna’s, cultuur en recreatie. Er zijn ook een aantal goederen die duurder worden, de belangrijkste daarvan zijn onze voedingsmiddelen, maar ook boeken en geneesmiddelen worden duurder.

Aftrekposten

De aftrekmogelijkheid van bepaalde posten zoals lijfrentepremies wordt elk jaar gelijkgetrokken aan het geldende tarief voor de aftrek van de hypotheekrente. In 2023 is deze verlaagd en gelijk getrokken tot 36,93%. Dit betekent dat u minder terugkrijgt van bijvoorbeeld de ingelegde lijfrentepremies.

De vraag is dan: wat zal het belastingtarief over 20, 30 of 40 jaar zijn, op het moment dat uw pensioen ingaat en u belasting gaat betalen over de uitkeringen? Ditzelfde geldt voor de fiscale aftrekbaarheid van partneralimentatie. Ook het percentage voor deze aftrekpost wordt afgebouwd tot 36,93% in 2024.
Helaas is dat een vraag die we nu nog niet kunnen beantwoorden.

Berekening inkomsten-uitgaven 2019 voor een gezin met kinderen

De Regering heeft al laten weten dat bijna iedereen erop vooruit gaat in 2019. Dat blijkt ook uit onze eigen doorrekeningen. Hieronder ziet u in een tabel een indicatie van de inkomsten en uitgaven van een gezin in 2019. Op basis van de cijfers die we momenteel weten en kunnen meewegen. Dezelfde cijfers zijn ook gebruikt in de infographic.

Uitgangspunten:

  • 4-persoonshuishouden met 2 kinderen.
  • 1 kind op school met daarnaast opvang, 1 op dagopvang – beiden 3 dagen per week
    (Tarieven 2018)
  • Annuïtaire hypotheek van € 300.000 met rente van 3,0%
  • WOZ-waarde woning: € 250.000 x 0,7%
    Eigen Woningforfait: 0,7% en € 7.500 annuïtaire aflossing per maand
Bron: NIBUD data over uitgaven van gezinnen

 2018:

INKOMSTENNetto pj
Salaris 1(€ 50.000)€ 33.976
Salaris 2(€ 30.000)€ 26.274
Inkomen teruggaaf€ 2.961
  
Kinderopvangtoeslag€ 11.748
Totaal inkomsten € 74.959
  
UITGAVEN*MaandJaar
Hypotheek€ 1.264€ 15.177
Verzekeringen€    91€ 1.092
Zorg€   250€  3.000
Kinderopvang€ 1.546€ 18.768
Energie en lokale lasten€     244€  2.928
Auto€     454€  5.448
Kleding€     245€  2.940
Vrije tijd€     558€  6.696
Abonnementen en bellen€     235€  2.820
Inventaris, huis en tuin€     416€  4.992
Huishoudelijke uitgaven€     606€  7.272
Totaal uitgaven€ 71.133
Saldo€ 3.826

 

2019:

INKOMSTENNetto pj
Salaris 1(€ 50.000)€ 35.223
Salaris 2(€ 30.000)€ 27.205
Inkomen teruggaaf€  2.594
  
Kinderopvangtoeslag€ 13.825
Totaal inkomsten € 78.847
  
UITGAVEN*MaandJaar
Hypotheek€ 1.264€ 15.177
Verzekeringen€    91€ 1.092
Zorg€   270***€  3240
Kinderopvang€ 1.614**€ 19.368
Energie en lokale lasten€     254****€  3.048
Auto€     454€  5.448
Kleding€     245€  2.940
Vrije tijd (9% BTW)€     573€  6.876
Abonnementen en bellen (9%)€     242€  2.904
Inventaris, huis en tuin€     416€  4.992
Huishoudelijke uitgaven (9%)€     623€  7.476
Totaal uitgaven€ 72.561
Saldo€   6.286

 

U gaat er in deze berekening in 2019 € 2.460 op vooruit.

*Data over gemiddelde uitgaven in een huishouden van: NIBUD
**verhoging KDV en verlaging BSO
***verwachting: € 10 per persoon, per maand omhoog. Eigen Risico blijft gelijk op € 385
****verwachting: € 10 per maand omhoog

Voor een duidelijk inzicht in uw huishoudboekje adviseren wij u deze link van het NIBUD te gebruiken.

Overlijdensrisicoverzekering: premies uit verleden vaak te hoog

Heeft u in het verleden heeft u een overlijdensrisicoverzekering afgesloten? De afgelopen jaren zijn de premies voor overlijdensrisicoverzekeringen sterk gedaald.

Het kan voor u een premievoordeel opleveren om uw oude verzekering over te sluiten.

Advies is vereist voor complexe verzekeringen

De overlijdensrisicoverzekering wordt in de meeste gevallen afgesloten als onderdeel van een totaal advies (bijvoorbeeld voor de nabestaandenvoorziening of in combinatie met de hypotheek). Als u besluit uw overlijdensrisicoverzekering om te zetten, moet hiermee rekening worden gehouden. U kunt dus niet zomaar op internet shoppen voor een nieuwe verzekering, zoals met simpelere producten als een autoverzekering.

De advieskosten zijn meestal lager dan het financieel voordeel dat u haalt uit oversluiten. Wij onderzoeken graag voor u of de premie van uw overlijdensrisicoverzekering lager kan. Bel of e-mail ons voor een eerste vrijblijvend advies.

Doorlopende reisverzekering van Lancyr

Een doorlopende reisverzekering klinkt overdreven, maar de gemiddelde Nederlander reist meer dan hij denkt. De Lancyr doorlopende reisverzekering die wij u kunnen aanbieden, valt vaak voordeliger uit dan een verzekering per vakantie of weekendtrip. Bent u uw wintersportvakantie of voor aankomende zomer al een bestemming aan het uitzoeken? Neem dan onderstaande criteria mee in uw keuze van uw reisverzekering.

Kortlopende of doorlopende reisverzekering?

21 dgn per jaar als alleenstaande / 14 dgn per jaar als gezin
Bent u alleenstaand en gaat u per jaar 21 dagen op vakantie? Dat hoeft niet aaneengesloten te zijn, dan is het toch al voordeliger om de Lancyr doorlopende reisverzekering af te sluiten in plaats van een kortlopende reisverzekering. Voor een gezin is de doorlopende reisverzekering zelfs al aantrekkelijk vanaf 14 dagen per jaar op vakantie. En dat halen de meeste gezinnen wel!

Wat geldt als vakantie?

Minimaal 3 dagen, maximaal 365
Vakanties en weekendjes weg in eigen land vallen ook onder de Lancyr doorlopende reisverzekering. U moet dan minstens drie dagen (twee nachten) op uw vakantieadres verblijven wil het als vakantie worden gezien. Overigens heeft de Lancyr doorlopende reisverzekering werelddekking. Zo hoeft u niks extra’s te doen als u vakantie viert buiten Europa.

Gaat u langer dan een jaar op vakantie dan is de Lancyr doorlopende reisverzekering een maatje te klein voor u. De verzekering kent namelijk een maximaal aantal dagen (365) aan recreatieve vakantie. Dus bent u van plan om een sabbatical te nemen en volop te gaan reizen voor meer dan 365 dagen? Neem dan contact met ons op voor een passend advies.

Stage/werken in het buitenland

Gaat u, of uw dochter of zoon stagelopen in een ander land? Denk dan ook aan een Lancyr doorlopende reisverzekering. Deze verzekering biedt ook standaard dekking voor wie zich in het buitenland begeeft voor studie.

Bent u niet meer schoolgaand maar voor uw werk in het buitenland, dan kunt u dit extra verzekeren via de module ‘Zakenreis’ op een Lancyr doorlopende reisverzekering.

Voor de wintersporters onder ons

Wintersport is voor jong en oud. Ontspanning pur sang. Witte bergen, brede pistes en soepele afdalingen. Voor sommigen meer dan genoeg, maar voor de ‘daredevils’ onder ons niet. Gaat u tijdens uw wintersport de volgende sporten beoefenen: ijshockey, skialpinisme, skispringen, bobsleeën of skeleton? Weet dan dat hier een uitsluiting voor geldt, dus schade als gevolg van deelname wordt niet vergoed. Ook deelname aan, of voorbereiding op wintersportwedstrijden is uitgesloten. Wel gedekt op de Lancyr doorlopende reisverzekering is het deelnemen aan Gästerennen. Dit is het afsluitende slalomwedstrijdje van een afgenomen skicursus.

Uiteraard worden, voor zover niet elders verzekerd, de kosten van skipassen, skiliften, skilessen en gehuurde skiuitrusting bij ongevallen en/of acute ziekte tijdens wintersport vergoed (mits niet door een daredevil-activiteit veroorzaakt).

Pech onderweg

Gaat u vaak met uw auto op vakantie? Met de module ‘Hulpverlening Motorrijtuig’ krijgt u hulp (of geld) als u pech heeft met uw auto. Ook als u pech heeft met uw auto binnen 7 dagen voor uw vakantie begint. U kunt deze module extra afsluiten bij een Lancyr doorlopende reisverzekering.

Andere modules

Naast de modules Zakenreis en Hulpverlening motorrijtuig kunt u ook de volgende modules extra afsluiten bij een Lancyr doorlopende reisverzekering:

  • Module Annulering
  • Module Geld & Cheques
  • Module Geneeskundige Kosten
  • Module Ongevallen

 

Vragen?

U kunt altijd contact met ons opnemen.

 

 

 

Vakantiegeld op de grote hoop

Volgens de NIBUD-vakantie enquête gooit een aardig deel van de bevolking zijn vakantiegeld gewoon ‘op de grote hoop’. Ze hebben er geen speciale bestemming voor. Dat klinkt in eerste instantie goed, als het betekent dat u een grote hoop geld heeft. Maar eigenlijk is het heel erg zonde, om geld zomaar voor lief te nemen en te laten weg lekken aan reguliere uitgaven.

Een grote hoop of een gedempt gat?

Als u het vakantiegeld nodig heeft op uw betaalrekening om eerder gemaakte schulden of roodstand weg te werken, dan is het logisch dat het op de hoop belandt. Roodstand en schulden kosten namelijk geld – meer dan het vakantiegeld zou opleveren op uw spaarrekening. Dus is uw grote hoop eigenlijk een gat dat gedempt wordt? Dan bent u goed bezig!

Denk wel gelijk ook na hoe u een buffer kunt opbouwen, om toekomstige schulden te voorkomen.

Geen doel voor uw vakantiegeld?

Belandt uw vakantiegeld op de grote hoop, omdat u er nog geen speciaal doel voor heeft? Dan is het misschien eens tijd om vooruit te gaan denken.

Wat zijn uw korte en lange termijn wensen in het leven, die u zult moeten bekostigen?

Hoe groot is uw hoop?

Is uw grote hoop écht een grote hoop geld? Dan is het zonde als het alleen maar op een spaarrekening staat, zeker met de huidige rente. Waarschijnlijk kunt u dit geld beter laten groeien door er iets mee te doen, zoals hypotheek aflossen, pensioen opbouwen of vastzetten in een termijndeposito.

Nieuwe hypotheek bij onafhankelijk adviseur veel goedkoper dan bij de bank

Een recent onderzoek onder mensen die in 2016 of 2017 een hypotheek afsloten, heeft aangetoond wat u als onze klant natuurlijk eigenlijk allang weet: u sluit uw hypotheek beter via ons – uw onafhankelijk adviseurs- af, dan rechtstreeks via de bank.

Dit wordt onderbouwd met diverse argumenten en vooral harde cijfers.

Verschil in hypotheekrente kost u al snel € 8.000,-

Bij een bank betaalde men 0,67% meer hypotheekrente, dan het scherpste tarief op de markt. Bij een adviseur betaalde men 0,3% meer. Nog altijd duurder dan het scherpste tarief – maar dat heeft te maken met het afwegen van de persoonlijke situatie en goede voorwaarden (die zijn niet altijd bij de goedkoopste hypotheekverstrekker).

Omgerekend bij een looptijd van 10 jaar, kost dit renteverschil de huizenkoper zo’n € 8.000,- . Bij een langere looptijd nog veel meer.

Goedkoper advies, maar minder keuze

Eerlijk is eerlijk: bij de bank betaalt men gemiddeld  € 800,- minder voor advies. Maar afgewogen tegen bovengenoemde bedragen die u op termijn extra uitgeeft, valt dat natuurlijk weg. Bovendien heeft u bij de bank geen goed aanbod van alle partijen waar u uit kunt kiezen voor uw hypotheek. Banken bieden hun eigen producten aan met beperkte variatie en hebben er ook nog een commercieel belang bij welke u kiest.

Voor ons als onafhankelijk adviseurs staat alleen úw belang centraal.

Bron: onderzoek uitgevoerd door hypotheekonderzoek.nl

Nieuw systeem belastingheffing op vermogen (box 3)

‘Hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing’. Dat is de strekking van de nieuwe manier van de Belastingdienst om met vermogensbelasting in box 3 om te gaan. Wij hebben voor u doorgelicht voor wie dit gunstig uitvalt en voor wie niet. En wat u eraan kunt doen als het voor u ongunstig is.

Onze algemene conclusies:

  • Spaarders met een gezamenlijk vrij vermogen tot 50.000 euro gaan erop vooruit.
  • Mensen met veel spaargeld, die om welke reden dan ook niet willen beleggen, worden in het nieuwe systeem van vermogensbelasting fiscaal gestraft.
  • Het break-evenpoint tussen de oude (van voor 1 januari 2017) en de nieuwe heffing ligt bij een gezamenlijk box 3-vermogen van ongeveer 300.000 euro.

Lees verder voor een uitgebreide uitleg, voorbeelden en oplossingen.

Wat valt onder uw box 3 vermogen?

Uw vermogen waarvan het inkomen niet onder box 1 of box 2 wordt belast, valt onder box 3 in het Belastingstelsel. Denk bijvoorbeeld aan spaarrekeningen, beleggingsrekeningen en een tweede huis. Vermogensbelasting betaalt u ook in 2018 over vermogen in box 3.

Het oude forfaitair belasting systeem (en wat is dat)

Hoeveel belasting u over dit vermogen betaalt, werd bepaald aan de hand van de volgende berekening. De Belastingdienst rekende met een fictief percentage van 4% rendement dat u zou kunnen behalen op dit vermogen. Ze gingen er dus vanuit dat uw box 3 vermogen elk jaar met 4% groeide. Over die groei rekenden zij 30% belasting.

Even rekenen: 30% van 4% is gelijk aan 1,2%. Dit was de belastingheffing op uw totale box 3 vermogen. Oftewel: u droeg 1,2% van dit vermogen jaarlijks af aan belasting. Hierop gold wel een vrijstelling van 24.437 euro (2016) per persoon per jaar. Tot aan dat bedrag betaalde u geen belasting. Als u een fiscaal partner had, was dat bedrag verdubbeld (48.874 euro). Alleen uw vermogen boven dat bedrag, werd belast.

Wat klopte er niet aan dit systeem?

Aangezien de vermogensgroei in werkelijkheid al jaren onder de 4% ligt, was er veel weerstand tegen dit systeem.  Met andere woorden: het rendement over uw vermogen moest minimaal 1,2% zijn, anders maakt u zelfs verlies. In het Belastingplan 2017 is het daarom gewijzigd.

Het nieuwe forfaitair systeem

Het fictief rendement wordt voortaan gebaseerd op ‘de landelijk gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen’.

  • Al het spaargeld in Nederland in box 3 wordt opgeteld en het gemiddelde rendement op dat spaargeld over het afgelopen jaar wordt uitgerekend.
  • Ook al het beleggingsgeld in Nederland in box 3 wordt opgeteld en het gemiddeld rendement ervan uitgerekend.
  • Daarna kijkt de Belasting naar hoe dit box 3 vermogen (gemiddeld) verdeeld is. Bijvoorbeeld heeft men 70% spaargeld en 30% beleggingen, of andersom.
  • De Belastingdienst belast uw vermogen voor 30%, maal het forfaitair rendement van die schijf.
    Op deze manier rekent de Belastingdienst het forfaitair rendement voortaan elk belastingjaar opnieuw uit. Fiscaal partners hebben ieder 30.000 euro vrijgesteld vermogen. Dat deel wordt niet belast.
  • Het forfait rendement is voor 2018 iets gedaald. De vermogensbelasting in 2018 is dus minder dan in 2017.

Het nieuwe systeem in simpele termen:

In het Belastingplan 2017 staat in feite: hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing.

Blijft uw vermogen in box 3 onder een bepaald bedrag, dan betaalt u niets. Daarboven betaalt u over 30% van uw vermogen belasting tegen het rentetarief van de onderste schijf. Alles wat daar nog bovenuit komt, wordt zwaarder belast in de tweede schijf of zelfs derde schijf.

De belastingtarieven in 2018:

SchijfVermogen box 3 (in Euro’s)Forfaitaire rendement 2017Forfaitaire rendement 2018Vermogensbelasting 2018 (30%)
130.000 – 100.8002,87%2,02%0,61%
2100.800 – 978.0004,60%4,33%1,30%
3Boven 978.0005,39%5,38%1,61%
  • Schijf 1: 67% sparen en 33% beleggen
  • Schijf 2: 21% sparen en 79% beleggen
  • Schijf 3: 0% sparen en 100% beleggen

Fiscaal partnerschap en vermogensbelasting 2018 berekenen

Heeft u een fiscaal partner, dan leest u de tabel alsof u ieder de helft van uw totale vermogen in bezit heeft. Bij een gezamenlijk vermogen van 200.000 euro, heeft u ieder 100.000 euro vermogen. En u heeft ieder recht op 30.000 euro vrijstelling. U blijft dan dus beiden in de eerste belastingschijf met de resterende 70.000 euro per persoon. Elk deel wordt belast onder de eerste schijf van 2,02% forfaitair rendement.  Dat maal 2 is het bedrag waarover u belasting betaalt: 2.828 euro. Uw vermogensbelasting wordt daar 30% van, dus 848,40 euro (voor u beiden) in dit voorbeeld. (U komt dus niet tot in de tweede schijf, omdat u ieder de helft ‘bezit’). U mag uw gezamenlijke vermogen verdelen op de manier dat het voor u beiden het voordeligst is.

Wie profiteert hiervan?

Vanaf 2017 is uw belastingtarief in box 3 dus afhankelijk van de hoogte van het vermogen. Mensen met een vermogen tot 100.000 euro gaan er op vooruit. Bij hogere vermogens loopt het fictief rendement op tot wel 5,38% (2018) – aanzienlijk meer dan de 4% van vóór 1 januari 2017.

Spaarders met een gezamenlijk vrij vermogen tot 100.000 euro gaan er op vooruit.

Stel, een echtpaar heeft samen 100.000 euro aan vermogen, in de oude situatie betaalden zij dan 613 euro aan box 3-heffing, in de nieuwe situatie wordt dit 242,40 euro.

Mensen met veel spaargeld die om welke reden dan ook niet willen beleggen, worden in het nieuwe systeem van vermogensbelasting fiscaal gestraft.

Denk daarbij aan gepensioneerden die voor hun oude dag een aardig vermogen hebben opgebouwd, maar die geen beleggingsrisico’s willen lopen. Voor hen wordt het ‘gat’ tussen fictief en behaald rendement alleen maar groter. Stel, een echtpaar heeft 2 miljoen euro aan vermogen, in de oude situatie werden zij dan aangeslagen voor 23.413 euro aan box 3-heffing (€ 2 miljoen minus vrijstelling € 48.874, x 1,2%). Dit geeft een belastingdruk van 1,17%. In de nieuwe situatie loopt dit op naar 25.680 euro, ofwel 1,28% procent belastingdruk (=belasting/vermogen).

De laatste vermogensbelasting 2018 berekening in een overzicht. U verdeelt het vermogen 50/50 over u beiden. In dit overzicht is de berekening gemaakt voor één persoon en een vrijstelling van € 30.000.

Schijven box 3Totaal bedragFictief rendementBelasting 30%Vermogensbelasting
1€ 70.0002,02%0,60%€ 420
2€ 900.0004,33%1,30%€ 11.700
3
Totaal€ 977.000€ 12.120

Voor u beiden betaalt u € 24.240 (2 X € 12.120).

Het break-evenpoint tussen de oude (voor 1 januari 2016) en de nieuwe heffing ligt bij een gezamenlijk box 3-vermogen van ongeveer 300.000 euro.

Valt uw vermogen boven dat bedrag, dan zal u meer gaan betalen. Valt uw vermogen onder de 300.000 euro, dan gaat u er fiscaal op vooruit. Als u er in de buurt zit, zult u weinig verschil merken.

Vermogensbelasting ontwijken?

Mogelijk vindt u het niet wenselijk om een zeker beleggingsrisico te lopen in ruil voor een onzeker rendement. Daarom wordt door adviseurs gezocht naar fiscale oplossingen voor dit probleem.

U kunt vermogensbelasting ontwijken door vermogen te investeren in uw eigen huis óf (een deel van) de hypotheek  af te lossen. Daarnaast kunt u er voor kiezen uw vermogen in een lijfrenteproduct te storten. Dit bedrag is echter wel gemaximeerd.

Meer weten? Neem dan contact met ons op.

Vermogensbelasting 2018 in Nederland

‘Hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing’. Dat is de strekking van de nieuwe manier van de Belastingdienst om met vermogensbelasting in box 3 om te gaan. Wij hebben voor u doorgelicht voor wie dit gunstig uitvalt en voor wie niet. En wat u eraan kunt doen als het voor u ongunstig is.

Onze algemene conclusies:

  • Spaarders met een gezamenlijk vrij vermogen tot 50.000 euro gaan erop vooruit.
  • Mensen met veel spaargeld, die om welke reden dan ook niet willen beleggen, worden in het nieuwe systeem van vermogensbelasting fiscaal gestraft.
  • Het break-evenpoint tussen de oude (van voor 1 januari 2017) en de nieuwe heffing ligt bij een gezamenlijk box 3-vermogen van ongeveer 300.000 euro.

Lees verder voor een uitgebreide uitleg, voorbeelden en oplossingen.

Wat valt onder uw box 3 vermogen?

Vermogensbelasting 201Uw vermogen waarvan het inkomen niet onder box 1 of box 2 wordt belast, valt onder box 3 in het Belastingstelsel. Denk bijvoorbeeld aan spaarrekeningen, beleggingsrekeningen en een tweede huis. Vermogensbelasting betaalt u ook in 2018 over vermogen in box 3.

Het oude forfaitair belasting systeem (en wat is dat)

Hoeveel belasting u over dit vermogen betaalt, werd bepaald aan de hand van de volgende berekening. De Belastingdienst rekende met een fictief percentage van 4% rendement dat u zou kunnen behalen op dit vermogen. Ze gingen er dus vanuit dat uw box 3 vermogen elk jaar met 4% groeide. Over die groei rekenden zij 30% belasting.

Even rekenen: 30% van 4% is gelijk aan 1,2%. Dit was de belastingheffing op uw totale box 3 vermogen. Oftewel: u droeg 1,2% van dit vermogen jaarlijks af aan belasting. Hierop gold wel een vrijstelling van 24.437 euro (2016) per persoon per jaar. Tot aan dat bedrag betaalde u geen belasting. Als u een fiscaal partner had, was dat bedrag verdubbeld (48.874 euro). Alleen uw vermogen boven dat bedrag, werd belast.

Wat klopte er niet aan dit systeem?

Aangezien de vermogensgroei in werkelijkheid al jaren onder de 4% ligt, was er veel weerstand tegen dit systeem.  Met andere woorden: het rendement over uw vermogen moest minimaal 1,2% zijn, anders maakt u zelfs verlies. In het Belastingplan 2017 is het daarom gewijzigd.

Het nieuwe forfaitair systeem

Het fictief rendement wordt voortaan gebaseerd op ‘de landelijk gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen’.

  • Al het spaargeld in Nederland in box 3 wordt opgeteld en het gemiddelde rendement op dat spaargeld over het afgelopen jaar wordt uitgerekend.
  • Ook al het beleggingsgeld in Nederland in box 3 wordt opgeteld en het gemiddeld rendement ervan uitgerekend.
  • Daarna kijkt de Belasting naar hoe dit box 3 vermogen (gemiddeld) verdeeld is. Bijvoorbeeld heeft men 70% spaargeld en 30% beleggingen, of andersom.
  • De Belastingdienst belast uw vermogen voor 30%, maal het forfaitair rendement van die schijf.
    Op deze manier rekent de Belastingdienst het forfaitair rendement voortaan elk belastingjaar opnieuw uit. Fiscaal partners hebben ieder 30.000 euro vrijgesteld vermogen. Dat deel wordt niet belast.
  • Het forfait rendement is voor 2018 iets gedaald. De vermogensbelasting in 2018 is dus minder dan in 2017.

Het nieuwe systeem in simpele termen:

In het Belastingplan 2017 staat in feite: hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing.

Blijft uw vermogen in box 3 onder een bepaald bedrag, dan betaalt u niets. Daarboven betaalt u over 30% van uw vermogen belasting tegen het rentetarief van de onderste schijf. Alles wat daar nog bovenuit komt, wordt zwaarder belast in de tweede schijf of zelfs derde schijf.

De belastingtarieven in 2018:

SchijfVermogen box 3 (in Euro’s)Forfaitaire rendement 2017Forfaitaire rendement 2018Vermogensbelasting 2018 (30%)
130.000 – 100.8002,87%2,02%0,61%
2100.800 – 978.0004,60%4,33%1,30%
3Boven 978.0005,39%5,38%1,61%
  • Schijf 1: 67% sparen en 33% beleggen
  • Schijf 2: 21% sparen en 79% beleggen
  • Schijf 3: 0% sparen en 100% beleggen

Fiscaal partnerschap en vermogensbelasting 2018 berekenen

Heeft u een fiscaal partner, dan leest u de tabel alsof u ieder de helft van uw totale vermogen in bezit heeft. Bij een gezamenlijk vermogen van 200.000 euro, heeft u ieder 100.000 euro vermogen. En u heeft ieder recht op 30.000 euro vrijstelling. U blijft dan dus beiden in de eerste belastingschijf met de resterende 70.000 euro per persoon. Elk deel wordt belast onder de eerste schijf van 2,02% forfaitair rendement.  Dat maal 2 is het bedrag waarover u belasting betaalt: 2.828 euro. Uw vermogensbelasting wordt daar 30% van, dus 848,40 euro (voor u beiden) in dit voorbeeld. (U komt dus niet tot in de tweede schijf, omdat u ieder de helft ‘bezit’). U mag uw gezamenlijke vermogen verdelen op de manier dat het voor u beiden het voordeligst is.

Wie profiteert hiervan?

Vanaf 2017 is uw belastingtarief in box 3 dus afhankelijk van de hoogte van het vermogen. Mensen met een vermogen tot 100.000 euro gaan er op vooruit. Bij hogere vermogens loopt het fictief rendement op tot wel 5,38% (2018) – aanzienlijk meer dan de 4% van vóór 1 januari 2017.

Spaarders met een gezamenlijk vrij vermogen tot 100.000 euro gaan er op vooruit.

Stel, een echtpaar heeft samen 100.000 euro aan vermogen, in de oude situatie betaalden zij dan 613 euro aan box 3-heffing, in de nieuwe situatie wordt dit 242,40 euro.

Mensen met veel spaargeld die om welke reden dan ook niet willen beleggen, worden in het nieuwe systeem van vermogensbelasting fiscaal gestraft.

Denk daarbij aan gepensioneerden die voor hun oude dag een aardig vermogen hebben opgebouwd, maar die geen beleggingsrisico’s willen lopen. Voor hen wordt het ‘gat’ tussen fictief en behaald rendement alleen maar groter. Stel, een echtpaar heeft 2 miljoen euro aan vermogen, in de oude situatie werden zij dan aangeslagen voor 23.413 euro aan box 3-heffing (€ 2 miljoen minus vrijstelling € 48.874, x 1,2%). Dit geeft een belastingdruk van 1,17%. In de nieuwe situatie loopt dit op naar 25.680 euro, ofwel 1,28% procent belastingdruk (=belasting/vermogen).

De laatste vermogensbelasting 2018 berekening in een overzicht. U verdeelt het vermogen 50/50 over u beiden. In dit overzicht is de berekening gemaakt voor één persoon en een vrijstelling van € 30.000.

Schijven box 3Totaal bedragFictief rendementBelasting 30%Vermogensbelasting
1€ 70.0002,02%0,60%€ 420
2€ 900.0004,33%1,30%€ 11.700
3
Totaal€ 977.000€ 12.120

Voor u beiden betaalt u € 24.240 (2 X € 12.120).

Het break-evenpoint tussen de oude (voor 1 januari 2016) en de nieuwe heffing ligt bij een gezamenlijk box 3-vermogen van ongeveer 300.000 euro.

Valt uw vermogen boven dat bedrag, dan zal u meer gaan betalen. Valt uw vermogen onder de 300.000 euro, dan gaat u er fiscaal op vooruit. Als u er in de buurt zit, zult u weinig verschil merken.

Vermogensbelasting ontwijken?

Mogelijk vindt u het niet wenselijk om een zeker beleggingsrisico te lopen in ruil voor een onzeker rendement. Daarom wordt door adviseurs gezocht naar fiscale oplossingen voor dit probleem.

U kunt vermogensbelasting ontwijken door vermogen te investeren in uw eigen huis óf (een deel van) de hypotheek  af te lossen. Daarnaast kunt u er voor kiezen uw vermogen in een lijfrenteproduct te storten. Dit bedrag is echter wel gemaximeerd.

Meer weten? Neem dan contact met ons op.

Belastingwijzigingen 2018

Dit zijn de wijzigingen op de inkomstenbelasting (box 1) zoals die ingaan op 1 januari 2018.

  • In de eerste schijf blijven de tarieven van de inkomstenbelasting volgend voor iedereen gelijk aan 2017.
  • In de tweede en derde schijf gaat het belastingtarief met 0,05 % omhoog.
  • De tarieven van de vierde schijf gaan juist met 0,05 % omlaag ten opzichte van 2017.
  • De derde schijf eindigt in 2018 vanwege indexatie bij een inkomen van € 68.507 (2017: € 67.072).

 AOW'er geboren na 1945 AOW'er geboren voor 1 januari 1946 belastingplichtigen tot aow leeftijd

Mogelijk kunt u door middel van een lijfrentepremie deze fiscaal aftrekken tegen 51,95% en in de toekomst laten belasten tegen een lager tarief. Daar komt bij dat de waardestijging van het lijfrentekapitaal onbelast is. Bel ons voor meer informatie.

Wat gebeurt er met de Box 3-heffing in 2018?

Met ingang van 2017 is de manier waarop vermogensrendement in box 3 wordt geheven herzien. Hier vindt u een uitgebreide uitleg over de vermogensbelasting 2018.

De staatssecretaris van Financiën heeft de definitieve rendementen voor 2018 doorgegeven. Het forfaitaire rendement voor 2018 komt voor sparen uit op 0,36% (2017: 1,63%) en voor beleggen op 5,38% (2017: 5,39%).

Gedeelte van de grondslag meer danMaar niet meer danToerekening aan rendementsklasse I (sparen)Toerekening aan de rendementsklasse II (beleggen)Rendement 2017Rendement 2018
€ 0€ 100.00067%33%2,87%2,02%
€ 100.000€ 1.000.00021%79%4,60%4,33%
€ 1.000.0000%100%5,39%5,38%

 

Ten opzichte van de laatste peildatum 1 januari 2017 gaat de box 3-heffing omlaag per nieuwe peildatum 1 januari 2018. Dit betekent in de praktijk dat voor iedereen met een box 3-vermogen van meer dan € 30.000 (fiscaal partners € 60.000) de belasting omlaag gaat.

Rekenvoorbeeld

Stel u hebt samen met uw partner een box 3-vermogen van € 200.000, dan betaalde u per peildatum 1 januari 2017 € 1.290 belasting, per peildatum 1 januari 2018 is dit € 1.190. Al met al een besparing van 100 euro (per persoon 50 euro).

De berekening gaat als volgt. Over de eerste € 30.000 hoeft u geen belasting te betalen, resteert € 70.000. Van dit bedrag wordt ervan uitgegaan dat 67% (ofwel € 46.900) een fictief rendement maakt van 0,36%, is € 169. Over de resterende € 23.100 wordt uitgegaan van een fictief rendement van 5,38% is € 1.242,78. In totaal € 1.411,78 x 30% inkomstenbelasting (het vaste tarief in box 3) is € 423,53 per persoon. Op basis van twee personen komt dit neer op € 847,07.

Anders beredeneerd: als u minder rendement maakt dan 0,42% (in dit geval) op uw box 3-vermogen dan bent u meer geld kwijt aan belasting dan het u aan rendement oplevert. Behaalt u echter (veel) meer rendement dan 0,42% dan betaalt u relatief weinig belasting in box 3. U kunt nu voor uw eigen situatie uitrekenen hoeveel belasting u naar verwachting kwijt bent per 1 januari 2018.

Hoe voorkomt u een hogere box 3-heffing?

Mogelijk vindt u het niet wenselijk om beleggingsrisico te lopen in ruil voor een onzeker rendement. Daarom wordt door adviseurs gezocht naar fiscale oplossingen voor dit probleem. Door bijvoorbeeld spaargeld te storten in een BV, een open fonds voor gemene rekening of in een vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) kan het nettorendement op het spaargeld worden verhoogd zonder extra risico te lopen. En als u een eigen woning heeft, dan kunt u uw box 3-heffing terugbrengen door de eigen woningschuld af te lossen. Over de eigen woning in box 1 wordt immers geen vermogensbelasting betaald, als er geen hypotheekrente wordt betaald. Heeft u veel spaargeld? Dan is de kans groot dat u meer betaalt aan hypotheekrente (zelfs met de teruggave) dan u aan rente op uw spaargeld ontvangt. Een andere optie is om te kijken of u de hypotheek van box 1 naar box 3 kunt verhuizen. Doordat de schuld naar box 3 overgaat komt het hier in mindering op uw bezittingen in box 3. Hierdoor betaalt u minder of zelfs geheel geen box 3-vermogensrendementsheffing.

Deze constructies zijn niet voor iedereen interessant en zeer divers, laat u daarom vooraf goed adviseren. Bel ons als u meer informatie wenst.

Ouderenkorting kan leiden tot koopkrachtdaling

Belastingplichtigen die aan het eind van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, hebben recht op ouderenkorting. De korting is bedoeld om de inkomenspositie van u als pensioengerechtigde te verbeteren. Als het verzamelinkomen niet meer is dan € 36.057, bedraagt de korting € 1.418. Maar als het verzamelinkomen ook maar 1 euro hoger is, valt de ouderkorting terug tot € 72. Al met al een daling van € 1.346.

Dit leidt tot een forse koopkrachtdaling bij een geringe toename van het inkomen. Het is daarom volgens de Eerste Kamer gewenst om de afbouw van de hoge naar de lage ouderenkorting geleidelijk te laten plaatsvinden.

Tip: Hou rekening met deze mogelijke maatregel en let op uw verzamelinkomen. Zeker in situaties waar deze rond het bedrag schommelt van € 36.000.

Inkeerregeling belasting ontduiking niet meer van kracht

Op 1 januari 2018 vervalt de inkeerregeling. Het is dan niet meer mogelijk om ‘op te biechten’ dat je belasting ontdoken hebt, en dan een lagere boete te krijgen. Die regeling gold tot op heden wel als je binnen twee jaar na het begaan van deze fraude tot inkeer kwam en alsnog netjes aangifte deed.

Er is wel een overgangsregeling: je mag nog opbiechten / tot inkeer komen over je belastingaangifte die je voor 2018 hebt gedaan of voor 2018 had moeten doen.

Tip: Eerlijkheid duurt het langst.