Vakantiegeld op de grote hoop

Volgens de NIBUD-vakantie enquête gooit een aardig deel van de bevolking zijn vakantiegeld gewoon ‘op de grote hoop’. Ze hebben er geen speciale bestemming voor. Dat klinkt in eerste instantie goed, als het betekent dat u een grote hoop geld heeft. Maar eigenlijk is het heel erg zonde, om geld zomaar voor lief te nemen en te laten weg lekken aan reguliere uitgaven.

Een grote hoop of een gedempt gat?

Als u het vakantiegeld nodig heeft op uw betaalrekening om eerder gemaakte schulden of roodstand weg te werken, dan is het logisch dat het op de hoop belandt. Roodstand en schulden kosten namelijk geld – meer dan het vakantiegeld zou opleveren op uw spaarrekening. Dus is uw grote hoop eigenlijk een gat dat gedempt wordt? Dan bent u goed bezig!

Denk wel gelijk ook na hoe u een buffer kunt opbouwen, om toekomstige schulden te voorkomen.

Geen doel voor uw vakantiegeld?

Belandt uw vakantiegeld op de grote hoop, omdat u er nog geen speciaal doel voor heeft? Dan is het misschien eens tijd om vooruit te gaan denken.

Wat zijn uw korte en lange termijn wensen in het leven, die u zult moeten bekostigen?

Hoe groot is uw hoop?

Is uw grote hoop écht een grote hoop geld? Dan is het zonde als het alleen maar op een spaarrekening staat, zeker met de huidige rente. Waarschijnlijk kunt u dit geld beter laten groeien door er iets mee te doen, zoals hypotheek aflossen, pensioen opbouwen of vastzetten in een termijndeposito.

Nieuwe hypotheek bij onafhankelijk adviseur veel goedkoper dan bij de bank

Een recent onderzoek onder mensen die in 2016 of 2017 een hypotheek afsloten, heeft aangetoond wat u als onze klant natuurlijk eigenlijk allang weet: u sluit uw hypotheek beter via ons – uw onafhankelijk adviseurs- af, dan rechtstreeks via de bank.

Dit wordt onderbouwd met diverse argumenten en vooral harde cijfers.

Verschil in hypotheekrente kost u al snel € 8.000,-

Bij een bank betaalde men 0,67% meer hypotheekrente, dan het scherpste tarief op de markt. Bij een adviseur betaalde men 0,3% meer. Nog altijd duurder dan het scherpste tarief – maar dat heeft te maken met het afwegen van de persoonlijke situatie en goede voorwaarden (die zijn niet altijd bij de goedkoopste hypotheekverstrekker).

Omgerekend bij een looptijd van 10 jaar, kost dit renteverschil de huizenkoper zo’n € 8.000,- . Bij een langere looptijd nog veel meer.

Goedkoper advies, maar minder keuze

Eerlijk is eerlijk: bij de bank betaalt men gemiddeld  € 800,- minder voor advies. Maar afgewogen tegen bovengenoemde bedragen die u op termijn extra uitgeeft, valt dat natuurlijk weg. Bovendien heeft u bij de bank geen goed aanbod van alle partijen waar u uit kunt kiezen voor uw hypotheek. Banken bieden hun eigen producten aan met beperkte variatie en hebben er ook nog een commercieel belang bij welke u kiest.

Voor ons als onafhankelijk adviseurs staat alleen úw belang centraal.

Bron: onderzoek uitgevoerd door hypotheekonderzoek.nl

Nieuw systeem belastingheffing op vermogen (box 3)

‘Hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing’. Dat is de strekking van de nieuwe manier van de Belastingdienst om met vermogensbelasting in box 3 om te gaan. Wij hebben voor u doorgelicht voor wie dit gunstig uitvalt en voor wie niet. En wat u eraan kunt doen als het voor u ongunstig is.

Onze algemene conclusies:

  • Spaarders met een gezamenlijk vrij vermogen tot 50.000 euro gaan erop vooruit.
  • Mensen met veel spaargeld, die om welke reden dan ook niet willen beleggen, worden in het nieuwe systeem van vermogensbelasting fiscaal gestraft.
  • Het break-evenpoint tussen de oude (van voor 1 januari 2017) en de nieuwe heffing ligt bij een gezamenlijk box 3-vermogen van ongeveer 300.000 euro.

Lees verder voor een uitgebreide uitleg, voorbeelden en oplossingen.

Wat valt onder uw box 3 vermogen?

Uw vermogen waarvan het inkomen niet onder box 1 of box 2 wordt belast, valt onder box 3 in het Belastingstelsel. Denk bijvoorbeeld aan spaarrekeningen, beleggingsrekeningen en een tweede huis. Vermogensbelasting betaalt u ook in 2018 over vermogen in box 3.

Het oude forfaitair belasting systeem (en wat is dat)

Hoeveel belasting u over dit vermogen betaalt, werd bepaald aan de hand van de volgende berekening. De Belastingdienst rekende met een fictief percentage van 4% rendement dat u zou kunnen behalen op dit vermogen. Ze gingen er dus vanuit dat uw box 3 vermogen elk jaar met 4% groeide. Over die groei rekenden zij 30% belasting.

Even rekenen: 30% van 4% is gelijk aan 1,2%. Dit was de belastingheffing op uw totale box 3 vermogen. Oftewel: u droeg 1,2% van dit vermogen jaarlijks af aan belasting. Hierop gold wel een vrijstelling van 24.437 euro (2016) per persoon per jaar. Tot aan dat bedrag betaalde u geen belasting. Als u een fiscaal partner had, was dat bedrag verdubbeld (48.874 euro). Alleen uw vermogen boven dat bedrag, werd belast.

Wat klopte er niet aan dit systeem?

Aangezien de vermogensgroei in werkelijkheid al jaren onder de 4% ligt, was er veel weerstand tegen dit systeem.  Met andere woorden: het rendement over uw vermogen moest minimaal 1,2% zijn, anders maakt u zelfs verlies. In het Belastingplan 2017 is het daarom gewijzigd.

Het nieuwe forfaitair systeem

Het fictief rendement wordt voortaan gebaseerd op ‘de landelijk gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen’.

  • Al het spaargeld in Nederland in box 3 wordt opgeteld en het gemiddelde rendement op dat spaargeld over het afgelopen jaar wordt uitgerekend.
  • Ook al het beleggingsgeld in Nederland in box 3 wordt opgeteld en het gemiddeld rendement ervan uitgerekend.
  • Daarna kijkt de Belasting naar hoe dit box 3 vermogen (gemiddeld) verdeeld is. Bijvoorbeeld heeft men 70% spaargeld en 30% beleggingen, of andersom.
  • De Belastingdienst belast uw vermogen voor 30%, maal het forfaitair rendement van die schijf.
    Op deze manier rekent de Belastingdienst het forfaitair rendement voortaan elk belastingjaar opnieuw uit. Fiscaal partners hebben ieder 30.000 euro vrijgesteld vermogen. Dat deel wordt niet belast.
  • Het forfait rendement is voor 2018 iets gedaald. De vermogensbelasting in 2018 is dus minder dan in 2017.

Het nieuwe systeem in simpele termen:

In het Belastingplan 2017 staat in feite: hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing.

Blijft uw vermogen in box 3 onder een bepaald bedrag, dan betaalt u niets. Daarboven betaalt u over 30% van uw vermogen belasting tegen het rentetarief van de onderste schijf. Alles wat daar nog bovenuit komt, wordt zwaarder belast in de tweede schijf of zelfs derde schijf.

De belastingtarieven in 2018:

SchijfVermogen box 3 (in Euro’s)Forfaitaire rendement 2017Forfaitaire rendement 2018Vermogensbelasting 2018 (30%)
130.000 – 100.8002,87%2,02%0,61%
2100.800 – 978.0004,60%4,33%1,30%
3Boven 978.0005,39%5,38%1,61%
  • Schijf 1: 67% sparen en 33% beleggen
  • Schijf 2: 21% sparen en 79% beleggen
  • Schijf 3: 0% sparen en 100% beleggen

Fiscaal partnerschap en vermogensbelasting 2018 berekenen

Heeft u een fiscaal partner, dan leest u de tabel alsof u ieder de helft van uw totale vermogen in bezit heeft. Bij een gezamenlijk vermogen van 200.000 euro, heeft u ieder 100.000 euro vermogen. En u heeft ieder recht op 30.000 euro vrijstelling. U blijft dan dus beiden in de eerste belastingschijf met de resterende 70.000 euro per persoon. Elk deel wordt belast onder de eerste schijf van 2,02% forfaitair rendement.  Dat maal 2 is het bedrag waarover u belasting betaalt: 2.828 euro. Uw vermogensbelasting wordt daar 30% van, dus 848,40 euro (voor u beiden) in dit voorbeeld. (U komt dus niet tot in de tweede schijf, omdat u ieder de helft ‘bezit’). U mag uw gezamenlijke vermogen verdelen op de manier dat het voor u beiden het voordeligst is.

Wie profiteert hiervan?

Vanaf 2017 is uw belastingtarief in box 3 dus afhankelijk van de hoogte van het vermogen. Mensen met een vermogen tot 100.000 euro gaan er op vooruit. Bij hogere vermogens loopt het fictief rendement op tot wel 5,38% (2018) – aanzienlijk meer dan de 4% van vóór 1 januari 2017.

Spaarders met een gezamenlijk vrij vermogen tot 100.000 euro gaan er op vooruit.

Stel, een echtpaar heeft samen 100.000 euro aan vermogen, in de oude situatie betaalden zij dan 613 euro aan box 3-heffing, in de nieuwe situatie wordt dit 242,40 euro.

Mensen met veel spaargeld die om welke reden dan ook niet willen beleggen, worden in het nieuwe systeem van vermogensbelasting fiscaal gestraft.

Denk daarbij aan gepensioneerden die voor hun oude dag een aardig vermogen hebben opgebouwd, maar die geen beleggingsrisico’s willen lopen. Voor hen wordt het ‘gat’ tussen fictief en behaald rendement alleen maar groter. Stel, een echtpaar heeft 2 miljoen euro aan vermogen, in de oude situatie werden zij dan aangeslagen voor 23.413 euro aan box 3-heffing (€ 2 miljoen minus vrijstelling € 48.874, x 1,2%). Dit geeft een belastingdruk van 1,17%. In de nieuwe situatie loopt dit op naar 25.680 euro, ofwel 1,28% procent belastingdruk (=belasting/vermogen).

De laatste vermogensbelasting 2018 berekening in een overzicht. U verdeelt het vermogen 50/50 over u beiden. In dit overzicht is de berekening gemaakt voor één persoon en een vrijstelling van € 30.000.

Schijven box 3Totaal bedragFictief rendementBelasting 30%Vermogensbelasting
1€ 70.0002,02%0,60%€ 420
2€ 900.0004,33%1,30%€ 11.700
3
Totaal€ 977.000€ 12.120

Voor u beiden betaalt u € 24.240 (2 X € 12.120).

Het break-evenpoint tussen de oude (voor 1 januari 2016) en de nieuwe heffing ligt bij een gezamenlijk box 3-vermogen van ongeveer 300.000 euro.

Valt uw vermogen boven dat bedrag, dan zal u meer gaan betalen. Valt uw vermogen onder de 300.000 euro, dan gaat u er fiscaal op vooruit. Als u er in de buurt zit, zult u weinig verschil merken.

Vermogensbelasting ontwijken?

Mogelijk vindt u het niet wenselijk om een zeker beleggingsrisico te lopen in ruil voor een onzeker rendement. Daarom wordt door adviseurs gezocht naar fiscale oplossingen voor dit probleem.

U kunt vermogensbelasting ontwijken door vermogen te investeren in uw eigen huis óf (een deel van) de hypotheek  af te lossen. Daarnaast kunt u er voor kiezen uw vermogen in een lijfrenteproduct te storten. Dit bedrag is echter wel gemaximeerd.

Meer weten? Neem dan contact met ons op.

Vermogensbelasting 2018 in Nederland

‘Hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing’. Dat is de strekking van de nieuwe manier van de Belastingdienst om met vermogensbelasting in box 3 om te gaan. Wij hebben voor u doorgelicht voor wie dit gunstig uitvalt en voor wie niet. En wat u eraan kunt doen als het voor u ongunstig is.

Onze algemene conclusies:

  • Spaarders met een gezamenlijk vrij vermogen tot 50.000 euro gaan erop vooruit.
  • Mensen met veel spaargeld, die om welke reden dan ook niet willen beleggen, worden in het nieuwe systeem van vermogensbelasting fiscaal gestraft.
  • Het break-evenpoint tussen de oude (van voor 1 januari 2017) en de nieuwe heffing ligt bij een gezamenlijk box 3-vermogen van ongeveer 300.000 euro.

Lees verder voor een uitgebreide uitleg, voorbeelden en oplossingen.

Wat valt onder uw box 3 vermogen?

Vermogensbelasting 201Uw vermogen waarvan het inkomen niet onder box 1 of box 2 wordt belast, valt onder box 3 in het Belastingstelsel. Denk bijvoorbeeld aan spaarrekeningen, beleggingsrekeningen en een tweede huis. Vermogensbelasting betaalt u ook in 2018 over vermogen in box 3.

Het oude forfaitair belasting systeem (en wat is dat)

Hoeveel belasting u over dit vermogen betaalt, werd bepaald aan de hand van de volgende berekening. De Belastingdienst rekende met een fictief percentage van 4% rendement dat u zou kunnen behalen op dit vermogen. Ze gingen er dus vanuit dat uw box 3 vermogen elk jaar met 4% groeide. Over die groei rekenden zij 30% belasting.

Even rekenen: 30% van 4% is gelijk aan 1,2%. Dit was de belastingheffing op uw totale box 3 vermogen. Oftewel: u droeg 1,2% van dit vermogen jaarlijks af aan belasting. Hierop gold wel een vrijstelling van 24.437 euro (2016) per persoon per jaar. Tot aan dat bedrag betaalde u geen belasting. Als u een fiscaal partner had, was dat bedrag verdubbeld (48.874 euro). Alleen uw vermogen boven dat bedrag, werd belast.

Wat klopte er niet aan dit systeem?

Aangezien de vermogensgroei in werkelijkheid al jaren onder de 4% ligt, was er veel weerstand tegen dit systeem.  Met andere woorden: het rendement over uw vermogen moest minimaal 1,2% zijn, anders maakt u zelfs verlies. In het Belastingplan 2017 is het daarom gewijzigd.

Het nieuwe forfaitair systeem

Het fictief rendement wordt voortaan gebaseerd op ‘de landelijk gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen’.

  • Al het spaargeld in Nederland in box 3 wordt opgeteld en het gemiddelde rendement op dat spaargeld over het afgelopen jaar wordt uitgerekend.
  • Ook al het beleggingsgeld in Nederland in box 3 wordt opgeteld en het gemiddeld rendement ervan uitgerekend.
  • Daarna kijkt de Belasting naar hoe dit box 3 vermogen (gemiddeld) verdeeld is. Bijvoorbeeld heeft men 70% spaargeld en 30% beleggingen, of andersom.
  • De Belastingdienst belast uw vermogen voor 30%, maal het forfaitair rendement van die schijf.
    Op deze manier rekent de Belastingdienst het forfaitair rendement voortaan elk belastingjaar opnieuw uit. Fiscaal partners hebben ieder 30.000 euro vrijgesteld vermogen. Dat deel wordt niet belast.
  • Het forfait rendement is voor 2018 iets gedaald. De vermogensbelasting in 2018 is dus minder dan in 2017.

Het nieuwe systeem in simpele termen:

In het Belastingplan 2017 staat in feite: hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing.

Blijft uw vermogen in box 3 onder een bepaald bedrag, dan betaalt u niets. Daarboven betaalt u over 30% van uw vermogen belasting tegen het rentetarief van de onderste schijf. Alles wat daar nog bovenuit komt, wordt zwaarder belast in de tweede schijf of zelfs derde schijf.

De belastingtarieven in 2018:

SchijfVermogen box 3 (in Euro’s)Forfaitaire rendement 2017Forfaitaire rendement 2018Vermogensbelasting 2018 (30%)
130.000 – 100.8002,87%2,02%0,61%
2100.800 – 978.0004,60%4,33%1,30%
3Boven 978.0005,39%5,38%1,61%
  • Schijf 1: 67% sparen en 33% beleggen
  • Schijf 2: 21% sparen en 79% beleggen
  • Schijf 3: 0% sparen en 100% beleggen

Fiscaal partnerschap en vermogensbelasting 2018 berekenen

Heeft u een fiscaal partner, dan leest u de tabel alsof u ieder de helft van uw totale vermogen in bezit heeft. Bij een gezamenlijk vermogen van 200.000 euro, heeft u ieder 100.000 euro vermogen. En u heeft ieder recht op 30.000 euro vrijstelling. U blijft dan dus beiden in de eerste belastingschijf met de resterende 70.000 euro per persoon. Elk deel wordt belast onder de eerste schijf van 2,02% forfaitair rendement.  Dat maal 2 is het bedrag waarover u belasting betaalt: 2.828 euro. Uw vermogensbelasting wordt daar 30% van, dus 848,40 euro (voor u beiden) in dit voorbeeld. (U komt dus niet tot in de tweede schijf, omdat u ieder de helft ‘bezit’). U mag uw gezamenlijke vermogen verdelen op de manier dat het voor u beiden het voordeligst is.

Wie profiteert hiervan?

Vanaf 2017 is uw belastingtarief in box 3 dus afhankelijk van de hoogte van het vermogen. Mensen met een vermogen tot 100.000 euro gaan er op vooruit. Bij hogere vermogens loopt het fictief rendement op tot wel 5,38% (2018) – aanzienlijk meer dan de 4% van vóór 1 januari 2017.

Spaarders met een gezamenlijk vrij vermogen tot 100.000 euro gaan er op vooruit.

Stel, een echtpaar heeft samen 100.000 euro aan vermogen, in de oude situatie betaalden zij dan 613 euro aan box 3-heffing, in de nieuwe situatie wordt dit 242,40 euro.

Mensen met veel spaargeld die om welke reden dan ook niet willen beleggen, worden in het nieuwe systeem van vermogensbelasting fiscaal gestraft.

Denk daarbij aan gepensioneerden die voor hun oude dag een aardig vermogen hebben opgebouwd, maar die geen beleggingsrisico’s willen lopen. Voor hen wordt het ‘gat’ tussen fictief en behaald rendement alleen maar groter. Stel, een echtpaar heeft 2 miljoen euro aan vermogen, in de oude situatie werden zij dan aangeslagen voor 23.413 euro aan box 3-heffing (€ 2 miljoen minus vrijstelling € 48.874, x 1,2%). Dit geeft een belastingdruk van 1,17%. In de nieuwe situatie loopt dit op naar 25.680 euro, ofwel 1,28% procent belastingdruk (=belasting/vermogen).

De laatste vermogensbelasting 2018 berekening in een overzicht. U verdeelt het vermogen 50/50 over u beiden. In dit overzicht is de berekening gemaakt voor één persoon en een vrijstelling van € 30.000.

Schijven box 3Totaal bedragFictief rendementBelasting 30%Vermogensbelasting
1€ 70.0002,02%0,60%€ 420
2€ 900.0004,33%1,30%€ 11.700
3
Totaal€ 977.000€ 12.120

Voor u beiden betaalt u € 24.240 (2 X € 12.120).

Het break-evenpoint tussen de oude (voor 1 januari 2016) en de nieuwe heffing ligt bij een gezamenlijk box 3-vermogen van ongeveer 300.000 euro.

Valt uw vermogen boven dat bedrag, dan zal u meer gaan betalen. Valt uw vermogen onder de 300.000 euro, dan gaat u er fiscaal op vooruit. Als u er in de buurt zit, zult u weinig verschil merken.

Vermogensbelasting ontwijken?

Mogelijk vindt u het niet wenselijk om een zeker beleggingsrisico te lopen in ruil voor een onzeker rendement. Daarom wordt door adviseurs gezocht naar fiscale oplossingen voor dit probleem.

U kunt vermogensbelasting ontwijken door vermogen te investeren in uw eigen huis óf (een deel van) de hypotheek  af te lossen. Daarnaast kunt u er voor kiezen uw vermogen in een lijfrenteproduct te storten. Dit bedrag is echter wel gemaximeerd.

Meer weten? Neem dan contact met ons op.

Belastingwijzigingen 2018

Dit zijn de wijzigingen op de inkomstenbelasting (box 1) zoals die ingaan op 1 januari 2018.

  • In de eerste schijf blijven de tarieven van de inkomstenbelasting volgend voor iedereen gelijk aan 2017.
  • In de tweede en derde schijf gaat het belastingtarief met 0,05 % omhoog.
  • De tarieven van de vierde schijf gaan juist met 0,05 % omlaag ten opzichte van 2017.
  • De derde schijf eindigt in 2018 vanwege indexatie bij een inkomen van € 68.507 (2017: € 67.072).

 AOW'er geboren na 1945 AOW'er geboren voor 1 januari 1946 belastingplichtigen tot aow leeftijd

Mogelijk kunt u door middel van een lijfrentepremie deze fiscaal aftrekken tegen 51,95% en in de toekomst laten belasten tegen een lager tarief. Daar komt bij dat de waardestijging van het lijfrentekapitaal onbelast is. Bel ons voor meer informatie.

Wat gebeurt er met de Box 3-heffing in 2018?

Met ingang van 2017 is de manier waarop vermogensrendement in box 3 wordt geheven herzien. Hier vindt u een uitgebreide uitleg over de vermogensbelasting 2018.

De staatssecretaris van Financiën heeft de definitieve rendementen voor 2018 doorgegeven. Het forfaitaire rendement voor 2018 komt voor sparen uit op 0,36% (2017: 1,63%) en voor beleggen op 5,38% (2017: 5,39%).

Gedeelte van de grondslag meer danMaar niet meer danToerekening aan rendementsklasse I (sparen)Toerekening aan de rendementsklasse II (beleggen)Rendement 2017Rendement 2018
€ 0€ 100.00067%33%2,87%2,02%
€ 100.000€ 1.000.00021%79%4,60%4,33%
€ 1.000.0000%100%5,39%5,38%

 

Ten opzichte van de laatste peildatum 1 januari 2017 gaat de box 3-heffing omlaag per nieuwe peildatum 1 januari 2018. Dit betekent in de praktijk dat voor iedereen met een box 3-vermogen van meer dan € 30.000 (fiscaal partners € 60.000) de belasting omlaag gaat.

Rekenvoorbeeld

Stel u hebt samen met uw partner een box 3-vermogen van € 200.000, dan betaalde u per peildatum 1 januari 2017 € 1.290 belasting, per peildatum 1 januari 2018 is dit € 1.190. Al met al een besparing van 100 euro (per persoon 50 euro).

De berekening gaat als volgt. Over de eerste € 30.000 hoeft u geen belasting te betalen, resteert € 70.000. Van dit bedrag wordt ervan uitgegaan dat 67% (ofwel € 46.900) een fictief rendement maakt van 0,36%, is € 169. Over de resterende € 23.100 wordt uitgegaan van een fictief rendement van 5,38% is € 1.242,78. In totaal € 1.411,78 x 30% inkomstenbelasting (het vaste tarief in box 3) is € 423,53 per persoon. Op basis van twee personen komt dit neer op € 847,07.

Anders beredeneerd: als u minder rendement maakt dan 0,42% (in dit geval) op uw box 3-vermogen dan bent u meer geld kwijt aan belasting dan het u aan rendement oplevert. Behaalt u echter (veel) meer rendement dan 0,42% dan betaalt u relatief weinig belasting in box 3. U kunt nu voor uw eigen situatie uitrekenen hoeveel belasting u naar verwachting kwijt bent per 1 januari 2018.

Hoe voorkomt u een hogere box 3-heffing?

Mogelijk vindt u het niet wenselijk om beleggingsrisico te lopen in ruil voor een onzeker rendement. Daarom wordt door adviseurs gezocht naar fiscale oplossingen voor dit probleem. Door bijvoorbeeld spaargeld te storten in een BV, een open fonds voor gemene rekening of in een vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) kan het nettorendement op het spaargeld worden verhoogd zonder extra risico te lopen. En als u een eigen woning heeft, dan kunt u uw box 3-heffing terugbrengen door de eigen woningschuld af te lossen. Over de eigen woning in box 1 wordt immers geen vermogensbelasting betaald, als er geen hypotheekrente wordt betaald. Heeft u veel spaargeld? Dan is de kans groot dat u meer betaalt aan hypotheekrente (zelfs met de teruggave) dan u aan rente op uw spaargeld ontvangt. Een andere optie is om te kijken of u de hypotheek van box 1 naar box 3 kunt verhuizen. Doordat de schuld naar box 3 overgaat komt het hier in mindering op uw bezittingen in box 3. Hierdoor betaalt u minder of zelfs geheel geen box 3-vermogensrendementsheffing.

Deze constructies zijn niet voor iedereen interessant en zeer divers, laat u daarom vooraf goed adviseren. Bel ons als u meer informatie wenst.

Ouderenkorting kan leiden tot koopkrachtdaling

Belastingplichtigen die aan het eind van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, hebben recht op ouderenkorting. De korting is bedoeld om de inkomenspositie van u als pensioengerechtigde te verbeteren. Als het verzamelinkomen niet meer is dan € 36.057, bedraagt de korting € 1.418. Maar als het verzamelinkomen ook maar 1 euro hoger is, valt de ouderkorting terug tot € 72. Al met al een daling van € 1.346.

Dit leidt tot een forse koopkrachtdaling bij een geringe toename van het inkomen. Het is daarom volgens de Eerste Kamer gewenst om de afbouw van de hoge naar de lage ouderenkorting geleidelijk te laten plaatsvinden.

Tip: Hou rekening met deze mogelijke maatregel en let op uw verzamelinkomen. Zeker in situaties waar deze rond het bedrag schommelt van € 36.000.

Inkeerregeling belasting ontduiking niet meer van kracht

Op 1 januari 2018 vervalt de inkeerregeling. Het is dan niet meer mogelijk om ‘op te biechten’ dat je belasting ontdoken hebt, en dan een lagere boete te krijgen. Die regeling gold tot op heden wel als je binnen twee jaar na het begaan van deze fraude tot inkeer kwam en alsnog netjes aangifte deed.

Er is wel een overgangsregeling: je mag nog opbiechten / tot inkeer komen over je belastingaangifte die je voor 2018 hebt gedaan of voor 2018 had moeten doen.

Tip: Eerlijkheid duurt het langst.

Belastingvrij schenken aan kinderen

Tijdens uw leven belastingvrij schenken aan uw kinderen heeft een aantal voordelen. Naast het zien van de dankbare gezichten, geeft het ook belastingvoordeel. Hoe lager de uiteindelijke erfenis, hoe minder erfbelasting. Maar hoeveel kunt u belastingvrij schenken? De Regering heeft besloten om de vrijstelling te verhogen tot 100.800 euro (2018), mits de schenking verband houdt met de eigen woning. In 2013 en 2014 werd deze vrijstelling als tijdelijke maatregel ingevoerd en per 1 januari 2015 weer afgeschaft.

Belastingvrij schenken: hoe werkt het

Schenken kent een aantal vrijstellingen waardoor de ontvanger (vaak uw kinderen of kleinkinderen) geen belasting hoeft te betalen. In de eerste plaats is er de reguliere jaarlijkse vrijstelling van 2.122 euro (2016). Het maakt dan niet uit aan wie u schenkt. Daarnaast geldt een aantal vrijstellingen specifiek voor schenkingen van ouders aan hun kinderen. Een daarvan is de verhoogde vrijstelling van 53.016 euro (2016). Er geldt dan wel een aantal spelregels.

  • Het geld moet worden gebruikt voor de eigen woning of voor de studie van uw kinderen.
  • De vrijstelling geldt alleen voor schenkingen aan uw kinderen in de leeftijd tussen 18 en 40 jaar.
  • Een kind kan maar één keer van de vrijstelling gebruikmaken.

2018: verhoogde vrijstelling van 100.800 euro

De eenmalig verhoogde vrijstelling van 100.800 euro voor schenkingen voor de eigen woning wordt met ingang van 2017 opnieuw ingevoerd. De spelregels zijn eenvoudig.

Deze belastingvrije schenking in 2018 moet worden gebruikt voor:

  • de verwerving of verbouwing van een eigen woning;
  • de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot die woning;
  • de aflossing van de eigenwoningschuld (hypotheek) of een restschuld ontstaan na verkoop van een woning van de begiftigde.

Een belangrijk verschil met de oude regeling is dat de verruimde vrijstelling voor schenkingen in verband met de eigen woning niet beperkt is tot schenkingen van ouders aan kinderen. Wel geldt dat de ontvanger tussen de 18 en 40 jaar oud moet zijn (of in elk geval de partner van de ontvanger). Een andere belangrijke versoepeling is dat het bedrag van de verruimde vrijstelling onder voorwaarden gespreid over drie achtereenvolgende kalenderjaren mag worden benut. Een schenking in het 39e jaar van de ontvanger kan dus worden besteed in het 40e en 41e jaar. Daarnaast is het ook mogelijk de schenking in 3 jaarlijkse termijnen te voldoen. De laatste termijn moet wel voor het 40e levensjaar te zijn gestort.

Overigens mag bij een schenking aan een kind van € 100.800 een bedrag van € 25.731 (2018) vrij worden besteed. Bijvoorbeeld: een auto, een vakantie of tuinaanleg). Het resterende bedrag van € 75.069 moet wel worden besteed aan de eigen woning. Het schenkingsbedrag van € 25.731 is de algemene eenmalige vrijstelling voor kinderen.

Heeft u in 2015 of in 2016 gebruik gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling? Voor u heeft de Regering een regeling gemaakt (overgangsrecht) waardoor u in 2017 of 2018 een aanvullende vrijgestelde schenking kunt doen. Op deze manier kunt u alsnog van de verruiming van de vrijstelling tot 100.800 euro profiteren. Hieronder kunt u lezen hoe de regeling werkt.

Overgangsrecht

Indien u vóór 2013 of in 2015 of 2016 gebruik heeft gemaakt van de verhoogde vrijstelling van 25.449 euro (2015: 25.322 euro) of de extra verhoogde vrijstelling van 53.016 euro (2015: 52.752 euro) mag u vanaf 2017 alsnog een aanvullende schenking doen totdat u de volledige vrijstelling van 100.800 euro (vrijstelling 2018) heeft benut. Deze regel geldt echter niet indien u in de jaren 2013 en 2014 al gebruik heeft gemaakt van deze verhoogde vrijstelling. Met dit overgangsrecht wil de Regering ervoor zorgen dat iedereen in de gelegenheid is gesteld om van de volledige € 100.800 belastingvrij schenken gebruik te maken. Vanaf 2019 vervalt deze mogelijkheid.

Dit overgangsrecht kent een aantal verschillende situaties die per situatie een uitleg verdienen. Het advies is om contact op te nemen met een specialist.

Gebruikmaken van verhoogde schenkingsmogelijkheid

Het lijkt in veel gevallen aantrekkelijk om van de verhoogde vrijstelling gebruik te maken. U moet er echter op bedacht zijn dat door de schenking in feite een omzetting van vreemd vermogen in eigen vermogen plaatsvindt op het niveau van de ontvanger van de schenking (vaak uw kinderen), met de daarbij behorende fiscale gevolgen.

Uw kind heeft door de schenking minder schuld en meer bezit. Dit heeft gevolgen voor de hypotheekrenteaftrek. Daar staat aan de andere kant weer tegenover dat u minder belasting hoeft te betalen in box 3. Uw kind zal (uiteindelijk) minder erfbelasting betalen (wij gaan er voor het gemak vanuit dat uw kind ook erfgenaam is).

Het is raadzaam om de fiscale aandachtspunten in rekening te nemen als u ervoor kiest om gebruik te maken van de extra verhoogde vrijstelling voor belastingvrij schenken. Onze financieel adviseurs kunnen u bijstaan bij uw keuze en u verder adviseren.

Belastingvrij schenken: de oude regeling (vóór 2017)

Schenken kent een aantal vrijstellingen waardoor de ontvanger (vaak uw kinderen of kleinkinderen) geen belasting hoeft te betalen. In de eerste plaats is er de reguliere jaarlijkse vrijstelling van 2.147 euro (in 2018). Het maakt dan niet uit aan wie u schenkt. Daarnaast geldt een aantal vrijstellingen specifiek voor schenkingen van ouders aan hun kinderen. Een daarvan is de verhoogde vrijstelling van 53.602 euro (in 2018). Er geldt dan wel een aantal spelregels.

  • Het geld moet worden gebruikt voor de eigen woning of voor de studie van uw kinderen.
  • De vrijstelling geldt alleen voor schenkingen aan uw kinderen in de leeftijd tussen 18 en 40 jaar.
  • Een kind kan maar één keer van de vrijstelling gebruikmaken.
  • De studie moet minimaal € 20.000 kosten.

Maak een erfenis bespreekbaar

Mogelijk weet u dat u in de toekomst een erfenis zult ontvangen van bijvoorbeeld uw ouders. Slechts weinig kinderen durven dit onderwerp bespreekbaar te maken. De ouder(s) op hun beurt schuiven dit onderwerp ook liever voor zich uit. Dat is jammer, want door er op tijd met elkaar over te praten kunt u ergernis en belasting besparen.

Erfbelasting

Als erfgenaam zult u over de erfenis erfbelasting moeten betalen. Hiervoor geldt een schijventarief dat voor kinderen begint bij 10 procent en oploopt tot 20 procent (zie tabel 1). Stel, uw ouders beschikken over een hypotheekvrije woning van 200.000 euro en een spaarrekening van 300.000 euro. U bent samen met uw broer of zus de enige erfgenamen. Nadat uw ouders zijn overleden erft u beiden 250.000 euro. Als kind heeft u een vrijstelling van 20.371 euro. Dit betekent dat elk van u over 229.629 euro erfbelasting verschuldigd is. In totaal een bedrag van 33.601 euro per kind.

TussenEnTarief
€ 0€ 123.248,-10%
€ 123.248,-20%

Tabel: Het tarief van de schenk- en erfbelasting voor kinderen in 2018

Schenkingsplan

Ervan uitgaande dat uw ouders niet al het geld nodig hebben om van te leven, is het mogelijk om erfbelasting te besparen door gezamenlijk na te denken over een schenkingsplan.

Het tarief van de schenkbelasting gelijk is aan dat van de erfbelasting, maar toch kunnen schenkingen fiscaal voordeliger uitpakken dan erven. Dat heeft twee redenen:

  1. Er geldt jaarlijks een vrijstelling 5.363 euro. Voor kinderen van 18 jaar tot 40 jaar geldt een eenmalig verhoogde vrijstelling van 25.731 euro. Deze mogelijkheid eindigt op de 40ste verjaardag van uw kind of zijn jongere partner. Leest u meer over schenken in belastingvrij-schenken-2018/
  2. Het belastingtarief is groter bij hogere bedragen (progressief). Voor schenkingen onder de

€ 123.248, blijft u in het lage tarief.

Het doel van een schenkingsplan is om het vermogen van uw ouder(s) (deels) al bij leven geleidelijk te laten overgaan naar u als toekomstige erfgenaam. Hierdoor wordt het tarief afgetopt en kan worden gebruikgemaakt van de (jaarlijkse) vrijstelling van de schenkbelasting. Naarmate de ouder(s) schenker jonger zijn kan langer van de schenkvrijstelling gebruik worden gemaakt.

Profiteren van progressievoordeel

Als een waarde van 229.629 euro in een keer naar een kind overgaat, is 33.601 euro aan erfbelasting verschuldigd. Als hetzelfde bedrag in tien gelijke partjes van 22.963 euro overgaat, is per jaar 1.760 euro verschuldigd, totaal 15.840 euro (hierbij valt één jaar onder de eenmalige vrijstelling en hoeft er geen schenkbelasting te worden betaald). Dit schenkingsplan levert een voordeel op van 17.761 euro. In voorgaand voorbeeld is rekening gehouden met de van toepassing zijnde vrijstellingen. Nog meer besparing kan worden bereikt door ook kleinkinderen in het schenkingsplan op te nemen. Deze mogen jaarlijks een belastingvrije schenking ontvangen van 2.147 euro.

Populair zijn schenkingsprogramma’s gebaseerd op jaarlijkse schenkingen ter grootte van de vrijstelling van 5.363 euro. U moet dan wel kijken of dit gezien de levensverwachting van de schenkers (ouders) en de omvang van het vermogen genoeg zoden aan de dijk zet. Bij grote vermogens kan worden gedacht aan jaarlijkse schenkingen ter grootte van de vrijstelling (€ 5.363) plus de eerste schijf (€ 123.248,- tegen 10%), oftewel 128.611 euro. Op deze manier voorkomt u dat bij overlijden 20 procent erfbelasting moet worden betaald. Dit schenkingsplan bespaart dus 10 procent van het toekomstig te vererven vermogen.

De jaarlijkse schenkingsvrijstellingen mogen verder onder speciale voorwaarden nog eenmalig worden uitgebreid met 100.800 euro. Hierover leest u meer in het artikel ‘belastingvrij schenken aan kinderen’. Afhankelijk van de hoogte van de schenking moet u aangifte schenkbelasting doen (zie figuur 2).

Papieren schenking

Mogelijk hebben uw ouders weerstand tegen het bij leven afstaan van substantiële delen van hun vermogen. Een oplossing die aan dit bezwaar tegemoet komt, is een papieren schenking.

Bij een papieren schenking maakt de schenker geen geld over. De schenker heeft daardoor een schuld aan de ontvanger. De ontvanger kan het geld vaak pas opeisen als de schenker overlijdt. We noemen een schenking op papier ook wel een schulderkenning uit vrijgevigheid. Een schenking op papier kan in een notariële of een onderhandse akte worden vastgelegd. (bron: belastingdienst.nl)

Deze manier van schenken heeft als voordeel dat de schenker niet bang hoeft te zijn aan de bedelstaf te raken. Zijn bezit blijft gewoon beschikbaar voor het levensonderhoud. Als de kinderen over de papieren schenkingen schenkbelasting zijn verschuldigd, dan is het een mogelijkheid dat de ouder zijn kind dit bedrag contant schenkt. Dat wil zeggen, een deel van de schenking vindt op papier plaats en een deel contant. Een alternatief is te werken met schenkingen vrij van recht.

Bedenk u wel dat de schenking voor de ontvanger fiscale gevolgen kan hebben. De schenkingen leiden bij de ontvanger namelijk tot vermogensvorming. Dit vermogen behoort in de meeste gevallen tot de grondslag van zijn box 3-rendementsheffing. De kinderen kunnen de daarover verschuldigde belasting voldoen uit de rente die zij van de ouders ontvangen over de schuldigerkende bedragen. Uw adviseur kan u hier meer over vertellen.

Onroerend goed

Als de ouder een beleggingspand heeft, kan worden overwogen jaarlijks een deel van het pand te schenken. De betaalde overdrachtsbelasting kan dan in mindering worden gebracht op de schenkbelasting. Bij verkoop in combinatie met gedeeltelijke kwijtschelding van de koopsom komt over het belaste deel van de kwijtschelding de volledige 2 procent aan overdrachtsbelasting in mindering, omdat het tarief schenkbelasting hoger is dan het tarief aan overdrachtsbelasting.

Bij de schenking van een onroerende zaak is sprake van twee heffingen: schenkbelasting en overdrachtsbelasting. Gelukkig voorkomt de Successiewet dubbele heffing. De betaalde overdrachtsbelasting die betrekking heeft op het bedrag waarover schenkbelasting wordt geheven, mag worden verrekend met de te betalen schenkbelasting. De verrekening mag niet leiden tot een teruggaaf.

Wanneer doet u  aangifte schenkbelasting?

  • als u de schenking van uw ouder(s) heeft gekregen en deze hoger is dan € 5.363;
  • als u de schenking van iemand anders heeft gekregen en deze hoger is dan € 2.147.

Zie voor meer informatie de website van de Belastingdienst.

Zoals u in ons andere artikel heeft kunnen lezen kan het op tijd bespreekbaar maken van een erfenis uw ouders en uzelf een hoop (financieel) plezier opleveren. Gelet op de complexiteit adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw adviseur.

Einde looptijd aflossingsvrije hypotheek, en dan? Verlengen of nieuwe hypotheek?

shutterstock_536362963In 2031 hebben mensen met een aflossingsvrije hypotheek een probleem. Huizenbezitters met een hypotheek van vóór 2001 hebben dan geen hypotheekrenteaftrek meer. Daarnaast kan het zijn dat de looptijd van de hypotheek eindigt. En wat gebeurt er als u in 2031 onvoldoende inkomen heeft óf al met pensioen bent? Deze groep huizenbezitters loopt het risico hun woning te moeten verkopen om de hypotheekschuld af te lossen. Dit kan worden voorkomen, maar hiervoor moet u nú in actie komen!

Als u de hypotheek in 2031 wilt verlengen of oversluiten, loopt u tegen de volgende problemen aan:

  • Uw inkomen is onvoldoende, bijvoorbeeld omdat u met pensioen bent. Let op! Uw pensioeninkomen wordt al meegeteld 10 jaar voordat u daadwerkelijk met pensioen gaat.
  • Als u vanaf 2031 geen hypotheekrenteaftrek meer heeft, wordt de hypotheek zwaarder getoetst. U ontvangt immers geen aftrek meer. Op basis van uw inkomen kunt u minder lenen. Ook hier geldt: 10 jaar vóór het aflopen van de renteaftrek (dus in 2020) wordt er geen rekening gehouden met het einde van de renteaftrek in 2031.
  • Het percentage van de hypotheekschuld ten opzichte van de waarde van de woning wordt de komende jaren verder afgebouwd. Het kan zijn dat de maximale financiering in 2031 85% van de waarde van de woning is. De maximale financiering in 2018 is 100%.
  • De eventueel gekoppelde beleggingsverzekering levert minder op dat verwacht. Bij het afsluiten van deze polis zijn te hoge rendementen voorgespiegeld. De opgebouwde waarde is onvoldoende om de hypotheekschuld af te lossen.

Actie is nú vereist

Om te voorkomen dat u in 2031 uw woning moet verkopen, is het belangrijk om nú in actie te komen. De hypotheek oversluiten kan u een boete opleveren in verband met het openbreken van de rentevasteperiode (deze is overigens fiscaal aftrekbaar), maar voorkomt dus problemen aan het einde van de looptijd van de aflossingsvrije hypotheek.

U profiteert mee van de lage hypotheekrente

De nieuwe hypotheek wordt voor een periode van 30 jaar (maximale looptijd hypotheek) afgesloten. Én u maakt gebruik van de huidige lage hypotheekrente.

Wij adviseren voor de nieuwe hypotheek een aflosvorm te kiezen: annuïtair of lineair. Hierdoor voorkomt u de problemen die bij een aflossingsvrije hypotheek spelen. Door te kiezen voor een aflosvorm gaat u steeds minder rente betalen (de schuld wordt minder), dit is verstandig met het oog op het regeringsbeleid om de hypotheekrenteaftrek verder te beperken. Door minder rente te betalen, bent u minder afhankelijk van de hypotheekrenteaftrek.

Klik hieronder op ‘Maak een (bel) afspraak’ en vraag direct een adviesgesprek aan met uw adviseur.

Huwelijk & gezin

Beperkte huwelijksgemeenschap met gelijke delen

Sinds 1838 geldt dat wie trouwt dat standaard doet ‘in algehele gemeenschap van goederen’, tenzij men anders laat vastleggen. Dat verandert vanaf 1 januari 2018. Dan trouw je standaard ‘in beperkte huwelijksgemeenschap met gelijke delen’. Ook geregistreerde partners en ongehuwd samenwonenden die een notarieel samenlevingscontract hebben, zullen onder deze nieuwe regeling vallen.

‘In beperkte huwelijksgemeenschap met gelijke delen’ wil zeggen dat beide partners hun voorhuwelijkse privévermogen (bezit én schuld) behouden. Erfenissen en giften die één partner tijdens het huwelijk ontvangt, zullen ook van die ene persoon zelf zijn. Daarnaast bouw je samen tijdens het huwelijk ‘beperkte gemeenschap’ op. Daaronder vallen alle gezamenlijke én individuele aankopen van goederen tijdens het huwelijk. Het beperkte gemeenschap is voor 50% bezit van iedere partner (gelijke delen). Tenzij men anders laat vastleggen.

Voorbeeld

Als partner A en B samen een nieuwe bank kopen, dan is die van beiden 50/50, ongeacht van wiens rekening deze betaald wordt, ongeacht of ze de aanschafkosten werkelijk (gelijk) delen, en ongeacht of ze de bank vóór of ná hun trouwen kopen: het is gemeenschap omdat hij voor hen gezamenlijk is bedoeld.

Maar ook: als partner A tijdens het huwelijk een dure elektrische gitaar koopt met eigen geld, dan geldt deze toch als ‘beperkte gemeenschap’ en dus als 50/50 bezit.

Maak duidelijke afspraken

Bij het trouwen of begin van samenwonen kunnen partners ook andere afspraken op papier stellen. Bijvoorbeeld dat zij nog steeds onder de oude termen wilt trouwen: alles wordt nu van ons allebei (50/50 vermogensverdeling). Of juist omgekeerd, wanneer ze ongelijke inkomens hebben en/of een van beiden veel meer vermogen inbrengt. Dan is een afspraak dat 70% van al het gezamenlijk vermogen altijd van partner A zal zijn, en 30% van het gezamenlijk vermogen van partner B, misschien veel logischer.

Voor mensen met een bedrijf zijn huwelijkse voorwaarden sowieso beter. En voor koppels die helemaal financieel onafhankelijk van elkaar willen zijn ook.

Welke keuze partners ook maken, de nieuwe regeling dwingt hen (meer dan de oude) om van tevoren bij dit soort financiële afspraken stil te staan en afspraken te maken.

Bent u van plan te trouwen, samenwonen of scheiden, of uw afspraken met elkaar officieel aan te passen? Neem dan voor het eind van het jaar nog contact op met uw adviseur (en de notaris) voor een update-gesprek van uw financiën.

Schenk- en erfbelasting bij ongelijke verdeling van vermogen

Wie na 1 januari 2018 trouwt of zijn huwelijke voorwaarden of samenlevingscontract aanpast, kan te maken krijgen met schenkbelasting.

Het kabinet wil duidelijker in de wetgeving vastleggen in welke gevallen het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden leidt tot verschuldigd zijn van schenk- of (na overlijden) tot erfbelasting. Het voorstel houdt in dat voor echtgenoten die vanaf 2018 trouwen in een beperkte huwelijksgemeenschap met gelijke delen (dus privévermogen blijft gescheiden, gezamenlijke opbouw 50-50 verdeeld) of kiezen voor een algehele huwelijksgemeenschap met gelijke aandelen (alles 50-50) geen sprake is van schenkbelasting (tenzij sprake is van een nephuwelijk).

Schenkbelasting wordt verschuldigd indien het aandeel van de minstvermogende partner in het totale vermogen hoger wordt dan 50%, of het aandeel van de meestvermogende in het totale vermogen toeneemt. Dit wordt getoetst ten tijde van het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden.

Lees ook onze artikelen over erfenissen en schenkingen.

Voorbeeld

Een echtpaar is getrouwd in beperkte gemeenschap met gelijke delen. Echtgenoot A heeft een privévermogen van 1 miljoen euro. Het privévermogen van echtgenoot B is praktisch nihil en het gemeenschappelijk vermogen bedraagt ook nihil. Stel dat het echtpaar huwelijkse voorwaarden aangaat waarin wordt overgegaan op een algehele huwelijksgemeenschap (alles delen) met daarin een aandeel van 10% voor echtgenoot A en 90% voor echtgenoot B. Er treedt een grote (potentiële) vermogensverschuiving op. Ten tijde van het aangaan van de huwelijkse voorwaarden wordt de 50%-toets op het totale vermogen van het echtpaar van 1 miljoen euro toegepast. Echtgenoot B verkrijgt als gevolg van de huwelijkse voorwaarden een gerechtigdheid van 900.000 euro (90%). Voor zover dat meer dan de helft van het totale vermogen is, is sprake van een schenking. Er wordt een schenking van 400.000 euro aan echtgenoot B geconstateerd waarover deze schenkbelasting is verschuldigd.

Kader:

  • Het huwelijksvermogensrecht wordt ook aangepast per 1-1-2018, deze regelgeving staat daar los van.
  • Goederen die een van beide partners ontvangt onder een uitsluitingsclausule, kunnen nooit worden meegenomen in deze regeling.

Scheiden en inkomensstijging

Partners die uit elkaar gaan, zijn in het jaar van scheiding nog fiscaal partners voor de Belastingdienst. Als een van beide partners op dat moment een flinke stijging in inkomen ontvangt, dan heeft de minderverdienende ex-partner daar last van, omdat deze dan niet meer in aanmerking komt voor bepaalde toeslagen.

Een nieuwe regeling zorgt ervoor, dat deze ex-partner bij de Belastingdienst kan aangeven om de inkomensstijging van de ex-partner buiten beschouwing te laten voor de toeslag, als het inkomen met meer dan 10% is gestegen. Dat kan zijn het salaris van de ex-partner, maar ook winst uit onderneming in dat jaar.

Kinderopvangtoeslag & kindgebonden budget

DUO neemt de taak van de Belastingdienst over om fiscale toeslagen uit te keren. Net zoals zij met de studiefinanciering doen. Dit moment wordt direct aangegrepen voor een andere wijziging. De kinderopvang zal voortaan de rekeningen naar DUO sturen op basis van werkelijke uren afgenomen opvang in die maand. Dán betaalt DUO de toeslag die voor uw gezin geldt aan de opvanginstelling, en het restant krijgt u daarna voor uw persoonlijke rekening.

De grote winst hiervan: u krijgt gelijk de juiste rekening, in plaats dat u een jaar later te horen krijgt dat u nog moet bijbetalen of teveel betaald heeft op basis van uw geschatte inkomen en werkelijke afname van opvanguren.

De tarieven voor de kinderopvang stijgen in 2018 waarschijnlijk weer, zodat de centra kunnen verbouwen en verbeteren. Er worden komend jaar namelijk hogere kwaliteitseisen aan de opvang gesteld. De maximale kinderopvangtoeslag stijgt echter mee, dus dit komt niet volledig voor uw rekening.

Kindgebonden budget

Ouders onder een specifieke inkomensgrens ontvangen volgend jaar een hoger kindgebonden budget voor hun tweede kind. Dit is een bijdrage die ouders krijgen voor hun kinderen tot achttien jaar. Het maximale bedrag voor het tweede kind stijgt in 2018 met 71 euro.

Hoe hoog de toeslag is, hangt af van het inkomen en vermogen van de ouders, hoeveel kinderen zij hebben en hoe oud de kinderen zijn.

Partnerproblematiek met pleegkinderen opgelost

Pleegkinderen voor wie aan de pleegouder een pleegzorgvergoeding wordt verstrekt of in het verleden werd verstrekt, worden op verzoek niet als fiscaal partner aangemerkt voor de inkomstenbelasting en de toeslagen.

Vanuit de Tweede Kamer is regelmatig om een oplossing gevraagd voor het feit dat onder de huidige wet een pleegkind bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar onder bepaalde omstandigheden als fiscaal partner van de pleegouder wordt aangemerkt. Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen indien de pleegouder alleenstaand is en ook nog een minderjarig kind op hetzelfde adres staat ingeschreven. Het fiscaal partnerschap kan ongunstige gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de kinderopvangtoeslag voor het andere kind.

De oplossing die hiervoor nu wordt geboden is dat men de mogelijkheid krijgt om op verzoek niet als fiscaal partner te worden aangemerkt, tenzij beiden de leeftijd van 27 jaar hebben bereikt. Voorgesteld wordt eveneens een dergelijke afwijking van de hoofdregel te laten gelden voor kinderen voor wie de verzorgende ouder in enig jaar kinderbijslag heeft ontvangen, maar die niet (meer) kwalificeren als pleegkind (en ook geen eigen kind van de verzorgende ouder zijn).

Tip: Van het verzoek hoeft overigens geen gebruik te worden gemaakt. Pleegkind en pleegouder kunnen in bepaalde gevallen ook juist baat hebben bij kwalificatie als fiscaal partner.

Vervroegd uw hypotheek aflossen met een kapitaalverzekering

Vervallen tijdklemmen voor kapitaalverzekeringen

Per 1 april 2017 is er een maatregel in werking getreden op het gebied van kapitaalverzekeringen. De zogenaamde tijdklemmen vervallen voor de Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW), de Spaarrekening Eigen Woning (SEW) en het Beleggingsrecht Eigen Woning (BEW). Wat houdt dat nu precies in? We leggen het u uit.tijdklem

Binnen een KEW, SEW of BEW bouwt u fiscaal vriendelijk kapitaal op door middel van rente en/of rendement. Over het gespaarde bedrag binnen deze kapitaalverzekering hoeft u geen belasting te betalen. Ook niet over het rendement of rentevoordeel wat u behaalde. Hier zat wel een aantal regels aan verbonden. Het rentebestanddeel in de uitkering van een KEW, SEW en BEW is onbelast als de uitkering niet meer bedraagt dan:

  • € 36.900, als er minimaal 15 jaar premie is gestort (lage uitkeringsvrijstelling)
  • € 162.500, als er minimaal 20 jaar premie is gestort (hoge uitkeringsvrijstelling)

Om voor de vrijstelling in aanmerking te komen gold dus dat er gedurende een aantal jaren (15 of 20 jaar) premie moet zijn betaald. Deze periode wordt de tijdklem genoemd.

In een aantal bijzondere situaties werd deze tijdklem al losgelaten. Dit was het geval bij echtscheiding, verkoop van een woning met restschuld en als er sprake was van schuldsanering.

Vanaf april 2017 zijn deze tijdklemmen volledig vervallen en bent u dus niet meer gebonden aan de minimale termijn van 15 of 20 jaar premiebetaling. Voorwaarde is wel dat de KEW, SEW of BEW zoveel mogelijk moet worden gebruikt voor de aflossing van de hypotheek.

Heeft u nog een polis van voor 1992 (voor Brede Herwaardering), dan vervallen ook daarvoor de tijdklemmen, maar geldt dat de uitkering niet verplicht moet worden gebruikt voor het aflossen van de hypotheek.

Gedeeltelijke afkoop niet meer mogelijk

Onder het eerdere besluit dat in een aantal bijzondere situaties afkoop toeliet binnen de 15 of 20 jaar, was het ook toegestaan om slechts een gedeelte van de polis af te kopen en de rest door te laten lopen. Dit is onder deze nieuwe wettelijke regeling niet meer mogelijk. Als u de polis wilt gebruiken, zult u deze in zijn geheel moeten afkopen.

Heeft u na het aflossen van (een deel van) uw hypotheek nog geld uit de KEW, SEW of BEW over, dan moet u inkomstenbelasting betalen over het rentebestanddeel in (het restant van) de uitkering. U mag de afkoop van de polis ook gebruiken voor een verbouwing van de woning.

Is afkopen van een kapitaalverzekering een goed idee?

Het kan in sommige gevallen interessant zijn om een KEW, BEW of SEW eerder te laten uitkeren. Door voor een vroegere uitkering te kiezen, kan het zijn dat u in de toekomst belasting bespaart, omdat de uitkering dan nog niet boven de hoogte van uw hypotheek uitkomt.

Dat de mogelijkheid om af te kopen bestaat, wil niet zeggen dat dit verstandig is om te doen. Misschien heeft uw polis wel een zeer gunstig rendement of wil uw bank/verzekeraar niet meewerken aan een afkoop, of moet u een boete betalen als u eerder afkoopt of uw hypotheek eerder wil aflossen. Sommige kapitaalverzekeringen bouwen het meeste rendement pas op aan het einde van de looptijd, omdat er allerlei kosten in rekening zijn gebracht in de eerste jaren dat de polis liep. Dan zou het zonde zijn om de polis vervroegd af te kopen.

Wij raden u aan om eerst contact met ons op te nemen voordat u het besluit neemt uw KEW, BEW of SEW vervroegd af te kopen.