Prinsjesdag 2018: Wijzigingen in uw portemonnee in 2019

Wat zijn de gevolgen van de voorgenomen wijzigingen per 1 januari 2019 op úw portemonnee? We leggen uit wat er verandert en hoe een gezin dit terugziet op zijn loonstrook en bij de dagelijkse boodschappen. Althans, als alles uitpakt zoals het Kabinet de plannen heeft aangekondigd en ook werkelijk doorvoert. Uiteraard is het altijd afwachten wat er na de onderhandelingen in de Tweede Kamer overeind blijft en waar compromissen worden gesloten.

*Dit artikel is gebaseerd op basis van de vooraf bekende informatie uit de Miljoenennota. De inhoud wordt indien nodig in de loop van de week bijgewerkt op basis van van de werkelijke stukken.*

Uiteraard zijn de genoemde cijfers een indicatie van wat u in 2019 financieel te wachten staat. Loonsverhoging en inflatie spelen ook een rol, maar zijn nu niet meegenomen. En als u in 2019 een veel duurdere auto koopt, gezinsuitbreiding krijgt, of een nieuw huis koopt, verandert uw gehele balans sowieso. Overleg met uw adviseur als u een persoonlijke doorrekening wenst.

Zie ook: Belastingplannen 2019 voor ZZP’ers

Van 4 naar 2 belastingschijven in box 1

Inkomstenbelasting wordt geheven over uw inkomen uit werk en woning, verminderd met uw aftrekposten. Deze worden belast in Belastingbox 1.  Er zijn nu 4 belastingschijven (tarieven), en deze worden in 2019 ingeruild voor 1 basistarief, en een hoger tarief. Dus twee nieuwe belastingschijven.

Toptarief daalt

Sinds de jaren ’70 is het toptarief voor de inkomstenbelasting langzaam gedaald. Ook volgend jaar is het weer lager:

JaarToptarief
198072 %
201851,95 %
201949,50 %

 

Dit toptarief geldt voor inkomsten boven de € 68.507 bruto per jaar.

Basistarief ook lager

Daarnaast heeft de regering, aangevoerd door de VVD, het belastingtarief voor de inkomsten onder de € 68.507 verlaagd tot 36,93% in 2019 (2018: 40,85%).
Tot zover alleen goed nieuws.

Alleen voor de laagste inkomens (onder € 20.142) is er een kleine stijging: die gaan van 36,55% (2018) naar 36,93% in 2019.

Twee keer extra korting voor werkenden

De algemene heffingskorting wordt stapsgewijs verhoogd met € 350,-  extra korting in 2021. De arbeidskorting wordt ook verhoogd met € 350,- extra korting in 2021. Over deze kortingen betaalt u geen belasting (0%). De eerste korting geeft een belastingvoordeel voor alle inkomens en de tweede korting voor degenen die werken.

Hypotheekrente beperkt aftrekbaar

De mogelijkheid om de hypotheekrente fiscaal af te trekken wordt verder beperkt. Heel lang was er een taboe op het H-woord, nu wordt met rasse schreden de renteaftrek afgebouwd. Dit jaar kunt u de rente nog aftrekken met een percentage van 49,5% én 40,85%. Maar in 2024 is dat nog maar 36,93%. Vanaf 2020 wordt het maximale aftrekpercentage in 4 jaar verder verlaagd. Het percentage van 36,93% is gelijk aan het percentage van de laagste belastingschijf. Hierdoor wordt de renteaftrek voor iedereen gelijk ongeacht het inkomen. Het eigenwoningforfait wordt vanaf 2020 in stappen verlaagd van 0,75% naar 0,60% in 2023. Dit compenseert gedeeltelijk de daling van het percentage hypotheekrenteaftrek (bij een gelijkblijvende WOZ).

Minder vermogensbelasting dankzij lage spaarrentes

Per 1 januari 2019 wordt het rendement van sparen anders berekend. Dit zal voor de eerste jaren leiden tot een lagere box 3-heffing (belasting over vermogen), met name voor de lagere vermogensklassen.

Een meer uitgebreide uitleg hiervan:

De belasting over uw vermogen wordt berekend op basis van hoeveel uw vermogen is gegroeid door sparen en/of beleggen (uw ontvangen rente). De belastingheffing over dat rendement is 30%. Hoeveel rendement u heeft behaald, wordt door de overheid jaarlijks berekend als een algemeen gemiddelde, het ‘fictief rendement’. Per 1 januari 2019 wordt het rendement van sparen berekend over het laatste jaar. Dit was voorheen de laatste 5 jaar. Aangezien het rendement op sparen al jaren daalt, is het gunstiger voor de belastingbetaler om het rendement van het laatste jaar aan te houden als berekeningsgrondslag.

Wilt u meer weten over de box 3 vermogensbelasting? Lees dan dit artikel

BTW omhoog naar 9%: zuinigheid loont in 2019

Het 6% tarief van de BTW wordt verhoogd naar 9%. Er zijn een aantal diensten die duurder worden, zoals schoenen en fietsen repareren, kappers, sauna’s, cultuur en recreatie. Er zijn ook een aantal goederen die duurder worden, de belangrijkste daarvan zijn onze voedingsmiddelen, maar ook boeken en geneesmiddelen worden duurder.

Aftrekposten

De aftrekmogelijkheid van bepaalde posten zoals lijfrentepremies wordt elk jaar gelijkgetrokken aan het geldende tarief voor de aftrek van de hypotheekrente. In 2023 is deze verlaagd en gelijk getrokken tot 36,93%. Dit betekent dat u minder terugkrijgt van bijvoorbeeld de ingelegde lijfrentepremies.

De vraag is dan: wat zal het belastingtarief over 20, 30 of 40 jaar zijn, op het moment dat uw pensioen ingaat en u belasting gaat betalen over de uitkeringen? Ditzelfde geldt voor de fiscale aftrekbaarheid van partneralimentatie. Ook het percentage voor deze aftrekpost wordt afgebouwd tot 36,93% in 2024.
Helaas is dat een vraag die we nu nog niet kunnen beantwoorden.

Berekening inkomsten-uitgaven 2019 voor een gezin met kinderen

De Regering heeft al laten weten dat bijna iedereen erop vooruit gaat in 2019. Dat blijkt ook uit onze eigen doorrekeningen. Hieronder ziet u in een tabel een indicatie van de inkomsten en uitgaven van een gezin in 2019. Op basis van de cijfers die we momenteel weten en kunnen meewegen. Dezelfde cijfers zijn ook gebruikt in de infographic.

Uitgangspunten:

  • 4-persoonshuishouden met 2 kinderen.
  • 1 kind op school met daarnaast opvang, 1 op dagopvang – beiden 3 dagen per week
    (Tarieven 2018)
  • Annuïtaire hypotheek van € 300.000 met rente van 3,0%
  • WOZ-waarde woning: € 250.000 x 0,7%
    Eigen Woningforfait: 0,7% en € 7.500 annuïtaire aflossing per maand
Bron: NIBUD data over uitgaven van gezinnen

 2018:

INKOMSTENNetto pj
Salaris 1(€ 50.000)€ 33.976
Salaris 2(€ 30.000)€ 26.274
Inkomen teruggaaf€ 2.961
  
Kinderopvangtoeslag€ 11.748
Totaal inkomsten € 74.959
  
UITGAVEN*MaandJaar
Hypotheek€ 1.264€ 15.177
Verzekeringen€    91€ 1.092
Zorg€   250€  3.000
Kinderopvang€ 1.546€ 18.768
Energie en lokale lasten€     244€  2.928
Auto€     454€  5.448
Kleding€     245€  2.940
Vrije tijd€     558€  6.696
Abonnementen en bellen€     235€  2.820
Inventaris, huis en tuin€     416€  4.992
Huishoudelijke uitgaven€     606€  7.272
Totaal uitgaven€ 71.133
Saldo€ 3.826

 

2019:

INKOMSTENNetto pj
Salaris 1(€ 50.000)€ 35.223
Salaris 2(€ 30.000)€ 27.205
Inkomen teruggaaf€  2.594
  
Kinderopvangtoeslag€ 13.825
Totaal inkomsten € 78.847
  
UITGAVEN*MaandJaar
Hypotheek€ 1.264€ 15.177
Verzekeringen€    91€ 1.092
Zorg€   270***€  3240
Kinderopvang€ 1.614**€ 19.368
Energie en lokale lasten€     254****€  3.048
Auto€     454€  5.448
Kleding€     245€  2.940
Vrije tijd (9% BTW)€     573€  6.876
Abonnementen en bellen (9%)€     242€  2.904
Inventaris, huis en tuin€     416€  4.992
Huishoudelijke uitgaven (9%)€     623€  7.476
Totaal uitgaven€ 72.561
Saldo€   6.286

 

U gaat er in deze berekening in 2019 € 2.460 op vooruit.

*Data over gemiddelde uitgaven in een huishouden van: NIBUD
**verhoging KDV en verlaging BSO
***verwachting: € 10 per persoon, per maand omhoog. Eigen Risico blijft gelijk op € 385
****verwachting: € 10 per maand omhoog

Voor een duidelijk inzicht in uw huishoudboekje adviseren wij u deze link van het NIBUD te gebruiken.

Overlijdensrisicoverzekering: premies uit verleden vaak te hoog

Heeft u in het verleden heeft u een overlijdensrisicoverzekering afgesloten? De afgelopen jaren zijn de premies voor overlijdensrisicoverzekeringen sterk gedaald.

Het kan voor u een premievoordeel opleveren om uw oude verzekering over te sluiten.

Advies is vereist voor complexe verzekeringen

De overlijdensrisicoverzekering wordt in de meeste gevallen afgesloten als onderdeel van een totaal advies (bijvoorbeeld voor de nabestaandenvoorziening of in combinatie met de hypotheek). Als u besluit uw overlijdensrisicoverzekering om te zetten, moet hiermee rekening worden gehouden. U kunt dus niet zomaar op internet shoppen voor een nieuwe verzekering, zoals met simpelere producten als een autoverzekering.

De advieskosten zijn meestal lager dan het financieel voordeel dat u haalt uit oversluiten. Wij onderzoeken graag voor u of de premie van uw overlijdensrisicoverzekering lager kan. Bel of e-mail ons voor een eerste vrijblijvend advies.

Doorlopende reisverzekering van Lancyr

Een doorlopende reisverzekering klinkt overdreven, maar de gemiddelde Nederlander reist meer dan hij denkt. De Lancyr doorlopende reisverzekering die wij u kunnen aanbieden, valt vaak voordeliger uit dan een verzekering per vakantie of weekendtrip. Bent u uw wintersportvakantie of voor aankomende zomer al een bestemming aan het uitzoeken? Neem dan onderstaande criteria mee in uw keuze van uw reisverzekering.

Kortlopende of doorlopende reisverzekering?

21 dgn per jaar als alleenstaande / 14 dgn per jaar als gezin
Bent u alleenstaand en gaat u per jaar 21 dagen op vakantie? Dat hoeft niet aaneengesloten te zijn, dan is het toch al voordeliger om de Lancyr doorlopende reisverzekering af te sluiten in plaats van een kortlopende reisverzekering. Voor een gezin is de doorlopende reisverzekering zelfs al aantrekkelijk vanaf 14 dagen per jaar op vakantie. En dat halen de meeste gezinnen wel!

Wat geldt als vakantie?

Minimaal 3 dagen, maximaal 365
Vakanties en weekendjes weg in eigen land vallen ook onder de Lancyr doorlopende reisverzekering. U moet dan minstens drie dagen (twee nachten) op uw vakantieadres verblijven wil het als vakantie worden gezien. Overigens heeft de Lancyr doorlopende reisverzekering werelddekking. Zo hoeft u niks extra’s te doen als u vakantie viert buiten Europa.

Gaat u langer dan een jaar op vakantie dan is de Lancyr doorlopende reisverzekering een maatje te klein voor u. De verzekering kent namelijk een maximaal aantal dagen (365) aan recreatieve vakantie. Dus bent u van plan om een sabbatical te nemen en volop te gaan reizen voor meer dan 365 dagen? Neem dan contact met ons op voor een passend advies.

Stage/werken in het buitenland

Gaat u, of uw dochter of zoon stagelopen in een ander land? Denk dan ook aan een Lancyr doorlopende reisverzekering. Deze verzekering biedt ook standaard dekking voor wie zich in het buitenland begeeft voor studie.

Bent u niet meer schoolgaand maar voor uw werk in het buitenland, dan kunt u dit extra verzekeren via de module ‘Zakenreis’ op een Lancyr doorlopende reisverzekering.

Voor de wintersporters onder ons

Wintersport is voor jong en oud. Ontspanning pur sang. Witte bergen, brede pistes en soepele afdalingen. Voor sommigen meer dan genoeg, maar voor de ‘daredevils’ onder ons niet. Gaat u tijdens uw wintersport de volgende sporten beoefenen: ijshockey, skialpinisme, skispringen, bobsleeën of skeleton? Weet dan dat hier een uitsluiting voor geldt, dus schade als gevolg van deelname wordt niet vergoed. Ook deelname aan, of voorbereiding op wintersportwedstrijden is uitgesloten. Wel gedekt op de Lancyr doorlopende reisverzekering is het deelnemen aan Gästerennen. Dit is het afsluitende slalomwedstrijdje van een afgenomen skicursus.

Uiteraard worden, voor zover niet elders verzekerd, de kosten van skipassen, skiliften, skilessen en gehuurde skiuitrusting bij ongevallen en/of acute ziekte tijdens wintersport vergoed (mits niet door een daredevil-activiteit veroorzaakt).

Pech onderweg

Gaat u vaak met uw auto op vakantie? Met de module ‘Hulpverlening Motorrijtuig’ krijgt u hulp (of geld) als u pech heeft met uw auto. Ook als u pech heeft met uw auto binnen 7 dagen voor uw vakantie begint. U kunt deze module extra afsluiten bij een Lancyr doorlopende reisverzekering.

Andere modules

Naast de modules Zakenreis en Hulpverlening motorrijtuig kunt u ook de volgende modules extra afsluiten bij een Lancyr doorlopende reisverzekering:

  • Module Annulering
  • Module Geld & Cheques
  • Module Geneeskundige Kosten
  • Module Ongevallen

 

Vragen?

U kunt altijd contact met ons opnemen.

 

 

 

Vakantiegeld op de grote hoop

Volgens de NIBUD-vakantie enquête gooit een aardig deel van de bevolking zijn vakantiegeld gewoon ‘op de grote hoop’. Ze hebben er geen speciale bestemming voor. Dat klinkt in eerste instantie goed, als het betekent dat u een grote hoop geld heeft. Maar eigenlijk is het heel erg zonde, om geld zomaar voor lief te nemen en te laten weg lekken aan reguliere uitgaven.

Een grote hoop of een gedempt gat?

Als u het vakantiegeld nodig heeft op uw betaalrekening om eerder gemaakte schulden of roodstand weg te werken, dan is het logisch dat het op de hoop belandt. Roodstand en schulden kosten namelijk geld – meer dan het vakantiegeld zou opleveren op uw spaarrekening. Dus is uw grote hoop eigenlijk een gat dat gedempt wordt? Dan bent u goed bezig!

Denk wel gelijk ook na hoe u een buffer kunt opbouwen, om toekomstige schulden te voorkomen.

Geen doel voor uw vakantiegeld?

Belandt uw vakantiegeld op de grote hoop, omdat u er nog geen speciaal doel voor heeft? Dan is het misschien eens tijd om vooruit te gaan denken.

Wat zijn uw korte en lange termijn wensen in het leven, die u zult moeten bekostigen?

Hoe groot is uw hoop?

Is uw grote hoop écht een grote hoop geld? Dan is het zonde als het alleen maar op een spaarrekening staat, zeker met de huidige rente. Waarschijnlijk kunt u dit geld beter laten groeien door er iets mee te doen, zoals hypotheek aflossen, pensioen opbouwen of vastzetten in een termijndeposito.

Nieuwe hypotheek bij onafhankelijk adviseur veel goedkoper dan bij de bank

Een recent onderzoek onder mensen die in 2016 of 2017 een hypotheek afsloten, heeft aangetoond wat u als onze klant natuurlijk eigenlijk allang weet: u sluit uw hypotheek beter via ons – uw onafhankelijk adviseurs- af, dan rechtstreeks via de bank.

Dit wordt onderbouwd met diverse argumenten en vooral harde cijfers.

Verschil in hypotheekrente kost u al snel € 8.000,-

Bij een bank betaalde men 0,67% meer hypotheekrente, dan het scherpste tarief op de markt. Bij een adviseur betaalde men 0,3% meer. Nog altijd duurder dan het scherpste tarief – maar dat heeft te maken met het afwegen van de persoonlijke situatie en goede voorwaarden (die zijn niet altijd bij de goedkoopste hypotheekverstrekker).

Omgerekend bij een looptijd van 10 jaar, kost dit renteverschil de huizenkoper zo’n € 8.000,- . Bij een langere looptijd nog veel meer.

Goedkoper advies, maar minder keuze

Eerlijk is eerlijk: bij de bank betaalt men gemiddeld  € 800,- minder voor advies. Maar afgewogen tegen bovengenoemde bedragen die u op termijn extra uitgeeft, valt dat natuurlijk weg. Bovendien heeft u bij de bank geen goed aanbod van alle partijen waar u uit kunt kiezen voor uw hypotheek. Banken bieden hun eigen producten aan met beperkte variatie en hebben er ook nog een commercieel belang bij welke u kiest.

Voor ons als onafhankelijk adviseurs staat alleen úw belang centraal.

Bron: onderzoek uitgevoerd door hypotheekonderzoek.nl

Nieuw systeem belastingheffing op vermogen (box 3)

‘Hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing’. Dat is de strekking van de nieuwe manier van de Belastingdienst om met vermogensbelasting in box 3 om te gaan. Wij hebben voor u doorgelicht voor wie dit gunstig uitvalt en voor wie niet. En wat u eraan kunt doen als het voor u ongunstig is.

Onze algemene conclusies:

  • Spaarders met een gezamenlijk vrij vermogen tot 50.000 euro gaan erop vooruit.
  • Mensen met veel spaargeld, die om welke reden dan ook niet willen beleggen, worden in het nieuwe systeem van vermogensbelasting fiscaal gestraft.
  • Het break-evenpoint tussen de oude (van voor 1 januari 2017) en de nieuwe heffing ligt bij een gezamenlijk box 3-vermogen van ongeveer 300.000 euro.

Lees verder voor een uitgebreide uitleg, voorbeelden en oplossingen.

Wat valt onder uw box 3 vermogen?

Uw vermogen waarvan het inkomen niet onder box 1 of box 2 wordt belast, valt onder box 3 in het Belastingstelsel. Denk bijvoorbeeld aan spaarrekeningen, beleggingsrekeningen en een tweede huis. Vermogensbelasting betaalt u ook in 2018 over vermogen in box 3.

Het oude forfaitair belasting systeem (en wat is dat)

Hoeveel belasting u over dit vermogen betaalt, werd bepaald aan de hand van de volgende berekening. De Belastingdienst rekende met een fictief percentage van 4% rendement dat u zou kunnen behalen op dit vermogen. Ze gingen er dus vanuit dat uw box 3 vermogen elk jaar met 4% groeide. Over die groei rekenden zij 30% belasting.

Even rekenen: 30% van 4% is gelijk aan 1,2%. Dit was de belastingheffing op uw totale box 3 vermogen. Oftewel: u droeg 1,2% van dit vermogen jaarlijks af aan belasting. Hierop gold wel een vrijstelling van 24.437 euro (2016) per persoon per jaar. Tot aan dat bedrag betaalde u geen belasting. Als u een fiscaal partner had, was dat bedrag verdubbeld (48.874 euro). Alleen uw vermogen boven dat bedrag, werd belast.

Wat klopte er niet aan dit systeem?

Aangezien de vermogensgroei in werkelijkheid al jaren onder de 4% ligt, was er veel weerstand tegen dit systeem.  Met andere woorden: het rendement over uw vermogen moest minimaal 1,2% zijn, anders maakt u zelfs verlies. In het Belastingplan 2017 is het daarom gewijzigd.

Het nieuwe forfaitair systeem

Het fictief rendement wordt voortaan gebaseerd op ‘de landelijk gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen’.

  • Al het spaargeld in Nederland in box 3 wordt opgeteld en het gemiddelde rendement op dat spaargeld over het afgelopen jaar wordt uitgerekend.
  • Ook al het beleggingsgeld in Nederland in box 3 wordt opgeteld en het gemiddeld rendement ervan uitgerekend.
  • Daarna kijkt de Belasting naar hoe dit box 3 vermogen (gemiddeld) verdeeld is. Bijvoorbeeld heeft men 70% spaargeld en 30% beleggingen, of andersom.
  • De Belastingdienst belast uw vermogen voor 30%, maal het forfaitair rendement van die schijf.
    Op deze manier rekent de Belastingdienst het forfaitair rendement voortaan elk belastingjaar opnieuw uit. Fiscaal partners hebben ieder 30.000 euro vrijgesteld vermogen. Dat deel wordt niet belast.
  • Het forfait rendement is voor 2018 iets gedaald. De vermogensbelasting in 2018 is dus minder dan in 2017.

Het nieuwe systeem in simpele termen:

In het Belastingplan 2017 staat in feite: hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing.

Blijft uw vermogen in box 3 onder een bepaald bedrag, dan betaalt u niets. Daarboven betaalt u over 30% van uw vermogen belasting tegen het rentetarief van de onderste schijf. Alles wat daar nog bovenuit komt, wordt zwaarder belast in de tweede schijf of zelfs derde schijf.

De belastingtarieven in 2018:

SchijfVermogen box 3 (in Euro’s)Forfaitaire rendement 2017Forfaitaire rendement 2018Vermogensbelasting 2018 (30%)
130.000 – 100.8002,87%2,02%0,61%
2100.800 – 978.0004,60%4,33%1,30%
3Boven 978.0005,39%5,38%1,61%
  • Schijf 1: 67% sparen en 33% beleggen
  • Schijf 2: 21% sparen en 79% beleggen
  • Schijf 3: 0% sparen en 100% beleggen

Fiscaal partnerschap en vermogensbelasting 2018 berekenen

Heeft u een fiscaal partner, dan leest u de tabel alsof u ieder de helft van uw totale vermogen in bezit heeft. Bij een gezamenlijk vermogen van 200.000 euro, heeft u ieder 100.000 euro vermogen. En u heeft ieder recht op 30.000 euro vrijstelling. U blijft dan dus beiden in de eerste belastingschijf met de resterende 70.000 euro per persoon. Elk deel wordt belast onder de eerste schijf van 2,02% forfaitair rendement.  Dat maal 2 is het bedrag waarover u belasting betaalt: 2.828 euro. Uw vermogensbelasting wordt daar 30% van, dus 848,40 euro (voor u beiden) in dit voorbeeld. (U komt dus niet tot in de tweede schijf, omdat u ieder de helft ‘bezit’). U mag uw gezamenlijke vermogen verdelen op de manier dat het voor u beiden het voordeligst is.

Wie profiteert hiervan?

Vanaf 2017 is uw belastingtarief in box 3 dus afhankelijk van de hoogte van het vermogen. Mensen met een vermogen tot 100.000 euro gaan er op vooruit. Bij hogere vermogens loopt het fictief rendement op tot wel 5,38% (2018) – aanzienlijk meer dan de 4% van vóór 1 januari 2017.

Spaarders met een gezamenlijk vrij vermogen tot 100.000 euro gaan er op vooruit.

Stel, een echtpaar heeft samen 100.000 euro aan vermogen, in de oude situatie betaalden zij dan 613 euro aan box 3-heffing, in de nieuwe situatie wordt dit 242,40 euro.

Mensen met veel spaargeld die om welke reden dan ook niet willen beleggen, worden in het nieuwe systeem van vermogensbelasting fiscaal gestraft.

Denk daarbij aan gepensioneerden die voor hun oude dag een aardig vermogen hebben opgebouwd, maar die geen beleggingsrisico’s willen lopen. Voor hen wordt het ‘gat’ tussen fictief en behaald rendement alleen maar groter. Stel, een echtpaar heeft 2 miljoen euro aan vermogen, in de oude situatie werden zij dan aangeslagen voor 23.413 euro aan box 3-heffing (€ 2 miljoen minus vrijstelling € 48.874, x 1,2%). Dit geeft een belastingdruk van 1,17%. In de nieuwe situatie loopt dit op naar 25.680 euro, ofwel 1,28% procent belastingdruk (=belasting/vermogen).

De laatste vermogensbelasting 2018 berekening in een overzicht. U verdeelt het vermogen 50/50 over u beiden. In dit overzicht is de berekening gemaakt voor één persoon en een vrijstelling van € 30.000.

Schijven box 3Totaal bedragFictief rendementBelasting 30%Vermogensbelasting
1€ 70.0002,02%0,60%€ 420
2€ 900.0004,33%1,30%€ 11.700
3
Totaal€ 977.000€ 12.120

Voor u beiden betaalt u € 24.240 (2 X € 12.120).

Het break-evenpoint tussen de oude (voor 1 januari 2016) en de nieuwe heffing ligt bij een gezamenlijk box 3-vermogen van ongeveer 300.000 euro.

Valt uw vermogen boven dat bedrag, dan zal u meer gaan betalen. Valt uw vermogen onder de 300.000 euro, dan gaat u er fiscaal op vooruit. Als u er in de buurt zit, zult u weinig verschil merken.

Vermogensbelasting ontwijken?

Mogelijk vindt u het niet wenselijk om een zeker beleggingsrisico te lopen in ruil voor een onzeker rendement. Daarom wordt door adviseurs gezocht naar fiscale oplossingen voor dit probleem.

U kunt vermogensbelasting ontwijken door vermogen te investeren in uw eigen huis óf (een deel van) de hypotheek  af te lossen. Daarnaast kunt u er voor kiezen uw vermogen in een lijfrenteproduct te storten. Dit bedrag is echter wel gemaximeerd.

Meer weten? Neem dan contact met ons op.

Vermogensbelasting 2018 in Nederland

‘Hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing’. Dat is de strekking van de nieuwe manier van de Belastingdienst om met vermogensbelasting in box 3 om te gaan. Wij hebben voor u doorgelicht voor wie dit gunstig uitvalt en voor wie niet. En wat u eraan kunt doen als het voor u ongunstig is.

Onze algemene conclusies:

  • Spaarders met een gezamenlijk vrij vermogen tot 50.000 euro gaan erop vooruit.
  • Mensen met veel spaargeld, die om welke reden dan ook niet willen beleggen, worden in het nieuwe systeem van vermogensbelasting fiscaal gestraft.
  • Het break-evenpoint tussen de oude (van voor 1 januari 2017) en de nieuwe heffing ligt bij een gezamenlijk box 3-vermogen van ongeveer 300.000 euro.

Lees verder voor een uitgebreide uitleg, voorbeelden en oplossingen.

Wat valt onder uw box 3 vermogen?

Vermogensbelasting 201Uw vermogen waarvan het inkomen niet onder box 1 of box 2 wordt belast, valt onder box 3 in het Belastingstelsel. Denk bijvoorbeeld aan spaarrekeningen, beleggingsrekeningen en een tweede huis. Vermogensbelasting betaalt u ook in 2018 over vermogen in box 3.

Het oude forfaitair belasting systeem (en wat is dat)

Hoeveel belasting u over dit vermogen betaalt, werd bepaald aan de hand van de volgende berekening. De Belastingdienst rekende met een fictief percentage van 4% rendement dat u zou kunnen behalen op dit vermogen. Ze gingen er dus vanuit dat uw box 3 vermogen elk jaar met 4% groeide. Over die groei rekenden zij 30% belasting.

Even rekenen: 30% van 4% is gelijk aan 1,2%. Dit was de belastingheffing op uw totale box 3 vermogen. Oftewel: u droeg 1,2% van dit vermogen jaarlijks af aan belasting. Hierop gold wel een vrijstelling van 24.437 euro (2016) per persoon per jaar. Tot aan dat bedrag betaalde u geen belasting. Als u een fiscaal partner had, was dat bedrag verdubbeld (48.874 euro). Alleen uw vermogen boven dat bedrag, werd belast.

Wat klopte er niet aan dit systeem?

Aangezien de vermogensgroei in werkelijkheid al jaren onder de 4% ligt, was er veel weerstand tegen dit systeem.  Met andere woorden: het rendement over uw vermogen moest minimaal 1,2% zijn, anders maakt u zelfs verlies. In het Belastingplan 2017 is het daarom gewijzigd.

Het nieuwe forfaitair systeem

Het fictief rendement wordt voortaan gebaseerd op ‘de landelijk gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen’.

  • Al het spaargeld in Nederland in box 3 wordt opgeteld en het gemiddelde rendement op dat spaargeld over het afgelopen jaar wordt uitgerekend.
  • Ook al het beleggingsgeld in Nederland in box 3 wordt opgeteld en het gemiddeld rendement ervan uitgerekend.
  • Daarna kijkt de Belasting naar hoe dit box 3 vermogen (gemiddeld) verdeeld is. Bijvoorbeeld heeft men 70% spaargeld en 30% beleggingen, of andersom.
  • De Belastingdienst belast uw vermogen voor 30%, maal het forfaitair rendement van die schijf.
    Op deze manier rekent de Belastingdienst het forfaitair rendement voortaan elk belastingjaar opnieuw uit. Fiscaal partners hebben ieder 30.000 euro vrijgesteld vermogen. Dat deel wordt niet belast.
  • Het forfait rendement is voor 2018 iets gedaald. De vermogensbelasting in 2018 is dus minder dan in 2017.

Het nieuwe systeem in simpele termen:

In het Belastingplan 2017 staat in feite: hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing.

Blijft uw vermogen in box 3 onder een bepaald bedrag, dan betaalt u niets. Daarboven betaalt u over 30% van uw vermogen belasting tegen het rentetarief van de onderste schijf. Alles wat daar nog bovenuit komt, wordt zwaarder belast in de tweede schijf of zelfs derde schijf.

De belastingtarieven in 2018:

SchijfVermogen box 3 (in Euro’s)Forfaitaire rendement 2017Forfaitaire rendement 2018Vermogensbelasting 2018 (30%)
130.000 – 100.8002,87%2,02%0,61%
2100.800 – 978.0004,60%4,33%1,30%
3Boven 978.0005,39%5,38%1,61%
  • Schijf 1: 67% sparen en 33% beleggen
  • Schijf 2: 21% sparen en 79% beleggen
  • Schijf 3: 0% sparen en 100% beleggen

Fiscaal partnerschap en vermogensbelasting 2018 berekenen

Heeft u een fiscaal partner, dan leest u de tabel alsof u ieder de helft van uw totale vermogen in bezit heeft. Bij een gezamenlijk vermogen van 200.000 euro, heeft u ieder 100.000 euro vermogen. En u heeft ieder recht op 30.000 euro vrijstelling. U blijft dan dus beiden in de eerste belastingschijf met de resterende 70.000 euro per persoon. Elk deel wordt belast onder de eerste schijf van 2,02% forfaitair rendement.  Dat maal 2 is het bedrag waarover u belasting betaalt: 2.828 euro. Uw vermogensbelasting wordt daar 30% van, dus 848,40 euro (voor u beiden) in dit voorbeeld. (U komt dus niet tot in de tweede schijf, omdat u ieder de helft ‘bezit’). U mag uw gezamenlijke vermogen verdelen op de manier dat het voor u beiden het voordeligst is.

Wie profiteert hiervan?

Vanaf 2017 is uw belastingtarief in box 3 dus afhankelijk van de hoogte van het vermogen. Mensen met een vermogen tot 100.000 euro gaan er op vooruit. Bij hogere vermogens loopt het fictief rendement op tot wel 5,38% (2018) – aanzienlijk meer dan de 4% van vóór 1 januari 2017.

Spaarders met een gezamenlijk vrij vermogen tot 100.000 euro gaan er op vooruit.

Stel, een echtpaar heeft samen 100.000 euro aan vermogen, in de oude situatie betaalden zij dan 613 euro aan box 3-heffing, in de nieuwe situatie wordt dit 242,40 euro.

Mensen met veel spaargeld die om welke reden dan ook niet willen beleggen, worden in het nieuwe systeem van vermogensbelasting fiscaal gestraft.

Denk daarbij aan gepensioneerden die voor hun oude dag een aardig vermogen hebben opgebouwd, maar die geen beleggingsrisico’s willen lopen. Voor hen wordt het ‘gat’ tussen fictief en behaald rendement alleen maar groter. Stel, een echtpaar heeft 2 miljoen euro aan vermogen, in de oude situatie werden zij dan aangeslagen voor 23.413 euro aan box 3-heffing (€ 2 miljoen minus vrijstelling € 48.874, x 1,2%). Dit geeft een belastingdruk van 1,17%. In de nieuwe situatie loopt dit op naar 25.680 euro, ofwel 1,28% procent belastingdruk (=belasting/vermogen).

De laatste vermogensbelasting 2018 berekening in een overzicht. U verdeelt het vermogen 50/50 over u beiden. In dit overzicht is de berekening gemaakt voor één persoon en een vrijstelling van € 30.000.

Schijven box 3Totaal bedragFictief rendementBelasting 30%Vermogensbelasting
1€ 70.0002,02%0,60%€ 420
2€ 900.0004,33%1,30%€ 11.700
3
Totaal€ 977.000€ 12.120

Voor u beiden betaalt u € 24.240 (2 X € 12.120).

Het break-evenpoint tussen de oude (voor 1 januari 2016) en de nieuwe heffing ligt bij een gezamenlijk box 3-vermogen van ongeveer 300.000 euro.

Valt uw vermogen boven dat bedrag, dan zal u meer gaan betalen. Valt uw vermogen onder de 300.000 euro, dan gaat u er fiscaal op vooruit. Als u er in de buurt zit, zult u weinig verschil merken.

Vermogensbelasting ontwijken?

Mogelijk vindt u het niet wenselijk om een zeker beleggingsrisico te lopen in ruil voor een onzeker rendement. Daarom wordt door adviseurs gezocht naar fiscale oplossingen voor dit probleem.

U kunt vermogensbelasting ontwijken door vermogen te investeren in uw eigen huis óf (een deel van) de hypotheek  af te lossen. Daarnaast kunt u er voor kiezen uw vermogen in een lijfrenteproduct te storten. Dit bedrag is echter wel gemaximeerd.

Meer weten? Neem dan contact met ons op.

Belastingwijzigingen 2018

Dit zijn de wijzigingen op de inkomstenbelasting (box 1) zoals die ingaan op 1 januari 2018.

  • In de eerste schijf blijven de tarieven van de inkomstenbelasting volgend voor iedereen gelijk aan 2017.
  • In de tweede en derde schijf gaat het belastingtarief met 0,05 % omhoog.
  • De tarieven van de vierde schijf gaan juist met 0,05 % omlaag ten opzichte van 2017.
  • De derde schijf eindigt in 2018 vanwege indexatie bij een inkomen van € 68.507 (2017: € 67.072).

 AOW'er geboren na 1945 AOW'er geboren voor 1 januari 1946 belastingplichtigen tot aow leeftijd

Mogelijk kunt u door middel van een lijfrentepremie deze fiscaal aftrekken tegen 51,95% en in de toekomst laten belasten tegen een lager tarief. Daar komt bij dat de waardestijging van het lijfrentekapitaal onbelast is. Bel ons voor meer informatie.

Wat gebeurt er met de Box 3-heffing in 2018?

Met ingang van 2017 is de manier waarop vermogensrendement in box 3 wordt geheven herzien. Hier vindt u een uitgebreide uitleg over de vermogensbelasting 2018.

De staatssecretaris van Financiën heeft de definitieve rendementen voor 2018 doorgegeven. Het forfaitaire rendement voor 2018 komt voor sparen uit op 0,36% (2017: 1,63%) en voor beleggen op 5,38% (2017: 5,39%).

Gedeelte van de grondslag meer danMaar niet meer danToerekening aan rendementsklasse I (sparen)Toerekening aan de rendementsklasse II (beleggen)Rendement 2017Rendement 2018
€ 0€ 100.00067%33%2,87%2,02%
€ 100.000€ 1.000.00021%79%4,60%4,33%
€ 1.000.0000%100%5,39%5,38%

 

Ten opzichte van de laatste peildatum 1 januari 2017 gaat de box 3-heffing omlaag per nieuwe peildatum 1 januari 2018. Dit betekent in de praktijk dat voor iedereen met een box 3-vermogen van meer dan € 30.000 (fiscaal partners € 60.000) de belasting omlaag gaat.

Rekenvoorbeeld

Stel u hebt samen met uw partner een box 3-vermogen van € 200.000, dan betaalde u per peildatum 1 januari 2017 € 1.290 belasting, per peildatum 1 januari 2018 is dit € 1.190. Al met al een besparing van 100 euro (per persoon 50 euro).

De berekening gaat als volgt. Over de eerste € 30.000 hoeft u geen belasting te betalen, resteert € 70.000. Van dit bedrag wordt ervan uitgegaan dat 67% (ofwel € 46.900) een fictief rendement maakt van 0,36%, is € 169. Over de resterende € 23.100 wordt uitgegaan van een fictief rendement van 5,38% is € 1.242,78. In totaal € 1.411,78 x 30% inkomstenbelasting (het vaste tarief in box 3) is € 423,53 per persoon. Op basis van twee personen komt dit neer op € 847,07.

Anders beredeneerd: als u minder rendement maakt dan 0,42% (in dit geval) op uw box 3-vermogen dan bent u meer geld kwijt aan belasting dan het u aan rendement oplevert. Behaalt u echter (veel) meer rendement dan 0,42% dan betaalt u relatief weinig belasting in box 3. U kunt nu voor uw eigen situatie uitrekenen hoeveel belasting u naar verwachting kwijt bent per 1 januari 2018.

Hoe voorkomt u een hogere box 3-heffing?

Mogelijk vindt u het niet wenselijk om beleggingsrisico te lopen in ruil voor een onzeker rendement. Daarom wordt door adviseurs gezocht naar fiscale oplossingen voor dit probleem. Door bijvoorbeeld spaargeld te storten in een BV, een open fonds voor gemene rekening of in een vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) kan het nettorendement op het spaargeld worden verhoogd zonder extra risico te lopen. En als u een eigen woning heeft, dan kunt u uw box 3-heffing terugbrengen door de eigen woningschuld af te lossen. Over de eigen woning in box 1 wordt immers geen vermogensbelasting betaald, als er geen hypotheekrente wordt betaald. Heeft u veel spaargeld? Dan is de kans groot dat u meer betaalt aan hypotheekrente (zelfs met de teruggave) dan u aan rente op uw spaargeld ontvangt. Een andere optie is om te kijken of u de hypotheek van box 1 naar box 3 kunt verhuizen. Doordat de schuld naar box 3 overgaat komt het hier in mindering op uw bezittingen in box 3. Hierdoor betaalt u minder of zelfs geheel geen box 3-vermogensrendementsheffing.

Deze constructies zijn niet voor iedereen interessant en zeer divers, laat u daarom vooraf goed adviseren. Bel ons als u meer informatie wenst.

Ouderenkorting kan leiden tot koopkrachtdaling

Belastingplichtigen die aan het eind van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, hebben recht op ouderenkorting. De korting is bedoeld om de inkomenspositie van u als pensioengerechtigde te verbeteren. Als het verzamelinkomen niet meer is dan € 36.057, bedraagt de korting € 1.418. Maar als het verzamelinkomen ook maar 1 euro hoger is, valt de ouderkorting terug tot € 72. Al met al een daling van € 1.346.

Dit leidt tot een forse koopkrachtdaling bij een geringe toename van het inkomen. Het is daarom volgens de Eerste Kamer gewenst om de afbouw van de hoge naar de lage ouderenkorting geleidelijk te laten plaatsvinden.

Tip: Hou rekening met deze mogelijke maatregel en let op uw verzamelinkomen. Zeker in situaties waar deze rond het bedrag schommelt van € 36.000.

Inkeerregeling belasting ontduiking niet meer van kracht

Op 1 januari 2018 vervalt de inkeerregeling. Het is dan niet meer mogelijk om ‘op te biechten’ dat je belasting ontdoken hebt, en dan een lagere boete te krijgen. Die regeling gold tot op heden wel als je binnen twee jaar na het begaan van deze fraude tot inkeer kwam en alsnog netjes aangifte deed.

Er is wel een overgangsregeling: je mag nog opbiechten / tot inkeer komen over je belastingaangifte die je voor 2018 hebt gedaan of voor 2018 had moeten doen.

Tip: Eerlijkheid duurt het langst.

Belastingvrij schenken aan kinderen

Tijdens uw leven belastingvrij schenken aan uw kinderen heeft een aantal voordelen. Naast het zien van de dankbare gezichten, geeft het ook belastingvoordeel. Hoe lager de uiteindelijke erfenis, hoe minder erfbelasting. Maar hoeveel kunt u belastingvrij schenken? De Regering heeft besloten om de vrijstelling te verhogen tot 100.800 euro (2018), mits de schenking verband houdt met de eigen woning. In 2013 en 2014 werd deze vrijstelling als tijdelijke maatregel ingevoerd en per 1 januari 2015 weer afgeschaft.

Belastingvrij schenken: hoe werkt het

Schenken kent een aantal vrijstellingen waardoor de ontvanger (vaak uw kinderen of kleinkinderen) geen belasting hoeft te betalen. In de eerste plaats is er de reguliere jaarlijkse vrijstelling van 2.122 euro (2016). Het maakt dan niet uit aan wie u schenkt. Daarnaast geldt een aantal vrijstellingen specifiek voor schenkingen van ouders aan hun kinderen. Een daarvan is de verhoogde vrijstelling van 53.016 euro (2016). Er geldt dan wel een aantal spelregels.

  • Het geld moet worden gebruikt voor de eigen woning of voor de studie van uw kinderen.
  • De vrijstelling geldt alleen voor schenkingen aan uw kinderen in de leeftijd tussen 18 en 40 jaar.
  • Een kind kan maar één keer van de vrijstelling gebruikmaken.

2018: verhoogde vrijstelling van 100.800 euro

De eenmalig verhoogde vrijstelling van 100.800 euro voor schenkingen voor de eigen woning wordt met ingang van 2017 opnieuw ingevoerd. De spelregels zijn eenvoudig.

Deze belastingvrije schenking in 2018 moet worden gebruikt voor:

  • de verwerving of verbouwing van een eigen woning;
  • de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot die woning;
  • de aflossing van de eigenwoningschuld (hypotheek) of een restschuld ontstaan na verkoop van een woning van de begiftigde.

Een belangrijk verschil met de oude regeling is dat de verruimde vrijstelling voor schenkingen in verband met de eigen woning niet beperkt is tot schenkingen van ouders aan kinderen. Wel geldt dat de ontvanger tussen de 18 en 40 jaar oud moet zijn (of in elk geval de partner van de ontvanger). Een andere belangrijke versoepeling is dat het bedrag van de verruimde vrijstelling onder voorwaarden gespreid over drie achtereenvolgende kalenderjaren mag worden benut. Een schenking in het 39e jaar van de ontvanger kan dus worden besteed in het 40e en 41e jaar. Daarnaast is het ook mogelijk de schenking in 3 jaarlijkse termijnen te voldoen. De laatste termijn moet wel voor het 40e levensjaar te zijn gestort.

Overigens mag bij een schenking aan een kind van € 100.800 een bedrag van € 25.731 (2018) vrij worden besteed. Bijvoorbeeld: een auto, een vakantie of tuinaanleg). Het resterende bedrag van € 75.069 moet wel worden besteed aan de eigen woning. Het schenkingsbedrag van € 25.731 is de algemene eenmalige vrijstelling voor kinderen.

Heeft u in 2015 of in 2016 gebruik gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling? Voor u heeft de Regering een regeling gemaakt (overgangsrecht) waardoor u in 2017 of 2018 een aanvullende vrijgestelde schenking kunt doen. Op deze manier kunt u alsnog van de verruiming van de vrijstelling tot 100.800 euro profiteren. Hieronder kunt u lezen hoe de regeling werkt.

Overgangsrecht

Indien u vóór 2013 of in 2015 of 2016 gebruik heeft gemaakt van de verhoogde vrijstelling van 25.449 euro (2015: 25.322 euro) of de extra verhoogde vrijstelling van 53.016 euro (2015: 52.752 euro) mag u vanaf 2017 alsnog een aanvullende schenking doen totdat u de volledige vrijstelling van 100.800 euro (vrijstelling 2018) heeft benut. Deze regel geldt echter niet indien u in de jaren 2013 en 2014 al gebruik heeft gemaakt van deze verhoogde vrijstelling. Met dit overgangsrecht wil de Regering ervoor zorgen dat iedereen in de gelegenheid is gesteld om van de volledige € 100.800 belastingvrij schenken gebruik te maken. Vanaf 2019 vervalt deze mogelijkheid.

Dit overgangsrecht kent een aantal verschillende situaties die per situatie een uitleg verdienen. Het advies is om contact op te nemen met een specialist.

Gebruikmaken van verhoogde schenkingsmogelijkheid

Het lijkt in veel gevallen aantrekkelijk om van de verhoogde vrijstelling gebruik te maken. U moet er echter op bedacht zijn dat door de schenking in feite een omzetting van vreemd vermogen in eigen vermogen plaatsvindt op het niveau van de ontvanger van de schenking (vaak uw kinderen), met de daarbij behorende fiscale gevolgen.

Uw kind heeft door de schenking minder schuld en meer bezit. Dit heeft gevolgen voor de hypotheekrenteaftrek. Daar staat aan de andere kant weer tegenover dat u minder belasting hoeft te betalen in box 3. Uw kind zal (uiteindelijk) minder erfbelasting betalen (wij gaan er voor het gemak vanuit dat uw kind ook erfgenaam is).

Het is raadzaam om de fiscale aandachtspunten in rekening te nemen als u ervoor kiest om gebruik te maken van de extra verhoogde vrijstelling voor belastingvrij schenken. Onze financieel adviseurs kunnen u bijstaan bij uw keuze en u verder adviseren.

Belastingvrij schenken: de oude regeling (vóór 2017)

Schenken kent een aantal vrijstellingen waardoor de ontvanger (vaak uw kinderen of kleinkinderen) geen belasting hoeft te betalen. In de eerste plaats is er de reguliere jaarlijkse vrijstelling van 2.147 euro (in 2018). Het maakt dan niet uit aan wie u schenkt. Daarnaast geldt een aantal vrijstellingen specifiek voor schenkingen van ouders aan hun kinderen. Een daarvan is de verhoogde vrijstelling van 53.602 euro (in 2018). Er geldt dan wel een aantal spelregels.

  • Het geld moet worden gebruikt voor de eigen woning of voor de studie van uw kinderen.
  • De vrijstelling geldt alleen voor schenkingen aan uw kinderen in de leeftijd tussen 18 en 40 jaar.
  • Een kind kan maar één keer van de vrijstelling gebruikmaken.
  • De studie moet minimaal € 20.000 kosten.

Maak een erfenis bespreekbaar

Mogelijk weet u dat u in de toekomst een erfenis zult ontvangen van bijvoorbeeld uw ouders. Slechts weinig kinderen durven dit onderwerp bespreekbaar te maken. De ouder(s) op hun beurt schuiven dit onderwerp ook liever voor zich uit. Dat is jammer, want door er op tijd met elkaar over te praten kunt u ergernis en belasting besparen.

Erfbelasting

Als erfgenaam zult u over de erfenis erfbelasting moeten betalen. Hiervoor geldt een schijventarief dat voor kinderen begint bij 10 procent en oploopt tot 20 procent (zie tabel 1). Stel, uw ouders beschikken over een hypotheekvrije woning van 200.000 euro en een spaarrekening van 300.000 euro. U bent samen met uw broer of zus de enige erfgenamen. Nadat uw ouders zijn overleden erft u beiden 250.000 euro. Als kind heeft u een vrijstelling van 20.371 euro. Dit betekent dat elk van u over 229.629 euro erfbelasting verschuldigd is. In totaal een bedrag van 33.601 euro per kind.

TussenEnTarief
€ 0€ 123.248,-10%
€ 123.248,-20%

Tabel: Het tarief van de schenk- en erfbelasting voor kinderen in 2018

Schenkingsplan

Ervan uitgaande dat uw ouders niet al het geld nodig hebben om van te leven, is het mogelijk om erfbelasting te besparen door gezamenlijk na te denken over een schenkingsplan.

Het tarief van de schenkbelasting gelijk is aan dat van de erfbelasting, maar toch kunnen schenkingen fiscaal voordeliger uitpakken dan erven. Dat heeft twee redenen:

  1. Er geldt jaarlijks een vrijstelling 5.363 euro. Voor kinderen van 18 jaar tot 40 jaar geldt een eenmalig verhoogde vrijstelling van 25.731 euro. Deze mogelijkheid eindigt op de 40ste verjaardag van uw kind of zijn jongere partner. Leest u meer over schenken in belastingvrij-schenken-2018/
  2. Het belastingtarief is groter bij hogere bedragen (progressief). Voor schenkingen onder de

€ 123.248, blijft u in het lage tarief.

Het doel van een schenkingsplan is om het vermogen van uw ouder(s) (deels) al bij leven geleidelijk te laten overgaan naar u als toekomstige erfgenaam. Hierdoor wordt het tarief afgetopt en kan worden gebruikgemaakt van de (jaarlijkse) vrijstelling van de schenkbelasting. Naarmate de ouder(s) schenker jonger zijn kan langer van de schenkvrijstelling gebruik worden gemaakt.

Profiteren van progressievoordeel

Als een waarde van 229.629 euro in een keer naar een kind overgaat, is 33.601 euro aan erfbelasting verschuldigd. Als hetzelfde bedrag in tien gelijke partjes van 22.963 euro overgaat, is per jaar 1.760 euro verschuldigd, totaal 15.840 euro (hierbij valt één jaar onder de eenmalige vrijstelling en hoeft er geen schenkbelasting te worden betaald). Dit schenkingsplan levert een voordeel op van 17.761 euro. In voorgaand voorbeeld is rekening gehouden met de van toepassing zijnde vrijstellingen. Nog meer besparing kan worden bereikt door ook kleinkinderen in het schenkingsplan op te nemen. Deze mogen jaarlijks een belastingvrije schenking ontvangen van 2.147 euro.

Populair zijn schenkingsprogramma’s gebaseerd op jaarlijkse schenkingen ter grootte van de vrijstelling van 5.363 euro. U moet dan wel kijken of dit gezien de levensverwachting van de schenkers (ouders) en de omvang van het vermogen genoeg zoden aan de dijk zet. Bij grote vermogens kan worden gedacht aan jaarlijkse schenkingen ter grootte van de vrijstelling (€ 5.363) plus de eerste schijf (€ 123.248,- tegen 10%), oftewel 128.611 euro. Op deze manier voorkomt u dat bij overlijden 20 procent erfbelasting moet worden betaald. Dit schenkingsplan bespaart dus 10 procent van het toekomstig te vererven vermogen.

De jaarlijkse schenkingsvrijstellingen mogen verder onder speciale voorwaarden nog eenmalig worden uitgebreid met 100.800 euro. Hierover leest u meer in het artikel ‘belastingvrij schenken aan kinderen’. Afhankelijk van de hoogte van de schenking moet u aangifte schenkbelasting doen (zie figuur 2).

Papieren schenking

Mogelijk hebben uw ouders weerstand tegen het bij leven afstaan van substantiële delen van hun vermogen. Een oplossing die aan dit bezwaar tegemoet komt, is een papieren schenking.

Bij een papieren schenking maakt de schenker geen geld over. De schenker heeft daardoor een schuld aan de ontvanger. De ontvanger kan het geld vaak pas opeisen als de schenker overlijdt. We noemen een schenking op papier ook wel een schulderkenning uit vrijgevigheid. Een schenking op papier kan in een notariële of een onderhandse akte worden vastgelegd. (bron: belastingdienst.nl)

Deze manier van schenken heeft als voordeel dat de schenker niet bang hoeft te zijn aan de bedelstaf te raken. Zijn bezit blijft gewoon beschikbaar voor het levensonderhoud. Als de kinderen over de papieren schenkingen schenkbelasting zijn verschuldigd, dan is het een mogelijkheid dat de ouder zijn kind dit bedrag contant schenkt. Dat wil zeggen, een deel van de schenking vindt op papier plaats en een deel contant. Een alternatief is te werken met schenkingen vrij van recht.

Bedenk u wel dat de schenking voor de ontvanger fiscale gevolgen kan hebben. De schenkingen leiden bij de ontvanger namelijk tot vermogensvorming. Dit vermogen behoort in de meeste gevallen tot de grondslag van zijn box 3-rendementsheffing. De kinderen kunnen de daarover verschuldigde belasting voldoen uit de rente die zij van de ouders ontvangen over de schuldigerkende bedragen. Uw adviseur kan u hier meer over vertellen.

Onroerend goed

Als de ouder een beleggingspand heeft, kan worden overwogen jaarlijks een deel van het pand te schenken. De betaalde overdrachtsbelasting kan dan in mindering worden gebracht op de schenkbelasting. Bij verkoop in combinatie met gedeeltelijke kwijtschelding van de koopsom komt over het belaste deel van de kwijtschelding de volledige 2 procent aan overdrachtsbelasting in mindering, omdat het tarief schenkbelasting hoger is dan het tarief aan overdrachtsbelasting.

Bij de schenking van een onroerende zaak is sprake van twee heffingen: schenkbelasting en overdrachtsbelasting. Gelukkig voorkomt de Successiewet dubbele heffing. De betaalde overdrachtsbelasting die betrekking heeft op het bedrag waarover schenkbelasting wordt geheven, mag worden verrekend met de te betalen schenkbelasting. De verrekening mag niet leiden tot een teruggaaf.

Wanneer doet u  aangifte schenkbelasting?

  • als u de schenking van uw ouder(s) heeft gekregen en deze hoger is dan € 5.363;
  • als u de schenking van iemand anders heeft gekregen en deze hoger is dan € 2.147.

Zie voor meer informatie de website van de Belastingdienst.

Zoals u in ons andere artikel heeft kunnen lezen kan het op tijd bespreekbaar maken van een erfenis uw ouders en uzelf een hoop (financieel) plezier opleveren. Gelet op de complexiteit adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw adviseur.